Sta ik daar weer ongewassen, ongekamd in mijn kloffie van gister op het schoolplein. Om me heen fris en fruitig opgemaakte moeders en een enkele vader strak in het pak. De net geborstelde haren van mijn jongste dochter slierten alweer slordig om haar o zo lieve snoetje. Wéér geen vlechtjes, staartjes, haarband in gedaan. Het is dat ik weet dat ze niks tekort komt maar de klerencombinatie die ze deze ochtend heeft uitgezocht is hemeltergend beroerd. Als je haar naast haar hartsvriendin – vers gestreken jurk, merkvestje, bijpassende maillot, gepoetste schoenen, ingenieus vlechtwerk op het hoofd afgewerkt met gelijkgekleurde knijpertjes en elastiekjes – ziet staan zou je denken dat ze vannacht onder een brug heeft geslapen. Maar we zijn wél op tijd terwijl we zonder stress met zijn allen rond de ontbijttafel hebben gezeten. En ze is haar schooltas niet vergeten. Mét de trommel vol gezonde bruine boterhammen, sinaasappelsap en ook nog een takje druiven. Zelfs het formulier met noodgegevens dat vandaag ingeleverd moet worden is ingevuld en meegenomen. Dat dan weer wel.
Als ik thuis kom koekeloert het onkruid in de voortuin me aan. Ik kijk brutaal terug en baan me een weg naar de voordeur. Er zou een stofzuiger door het huis kunnen en op het streperige quasischone aanrecht staat de ochtendvaat nog opgestapeld. Ik weet het wel, de auto is al maanden ongewassen, de ramen van de bovenverdieping hebben in geen jaar een zemenlap gezien en het buitenspeelgoed slingert voor de deur. De buurvrouw zou nu dus echt de krant niet gaan zitten lezen. Het lijkt nergens naar. Maar alle buurtkinderen mogen altijd mee-eten. En ik mopper niet als de dekens en kussens het huis uitgesleept worden om een hut te bouwen. Dan krijgen ze bovendien een picknickmand toe met stukjes appel, biscuitjes, aanmaaklimonade en gekleurde rietjes. De foto’s die ze van elkaar maken in hun gekke verkleedkleren zet ik met liefde op een cdrommetje. Dat dan weer wel.
Nu nog vrede sluiten met het nieuwe plaatje in mijn hoofd van de ideale moeder&vrouw. Het plaatje van de vrouw die er bewust voor kiest om niet alle ballen tegelijk in de lucht te houden. Ik wil me niet gek laten maken door die enorme hoeveelheid moeten die altijd op de loer ligt, die ogen in de rug, de aannames waarmee ik groot gegroeid ben. Dus probeer ik of het anders kan. Maak ik nieuwe keuzes, waar ik me niet voor wil verdedigen. Ik hoef trouwens ook geen navolgers want wat voor mij werkt, werkt niet voor een ander. Daar ging het nou juist om. Vol goede moed sla ik een nieuwe weg in. De hobbels blijven. Dat dan weer wel.
“Estelle wil na de zomer graag gaan dansen, even op de website kijken welke lestijden er zijn en oh ja we moeten nog een speelafspraak voor haar regelen morgen omdat we anders logistiek in de knoop komen met de afspraak die Rosa heeft. Hadden we nou al een oppas voor volgende week? Trouwens wat is dat water wisselend van temperatuur, de combiketel moet ook weer eens nagekeken denk ik. Dat doet me trouwens
“Kom binnen, ga zitten, wil je koffie? Thee?” Ik kom mijn dochter ophalen en als altijd ontvangt de moeder van het vriendinnetje me allerhartelijkst. Zelf vergeet ik het vaak om te vragen, of het komt nét niet uit, pas als zo’n moeder dan weg is bedenk ik ‘ach ik had moeten vragen of ze een kopje thee wilde’ en dan voel ik me zo’n onvriendelijk mens, al bedoel ik het niet kwaad… De lange keukentafel nodigt uit tot aanschuiven en ach waarom eigenlijk niet, ik heb best even tijd voor een bakje. Terwijl we daar zo samen genoeglijk de dag doornemen kijk ik mijn ogen uit in de grote woonkeuken, het kloppend hart van dit gezin. De aanrecht is nog wit van de vers rondgestoven bloem, de appeltaart inmiddels in de oven. Op het fornuis pruttelt een stoofpotje, naast wat sinaasappelschillen staat een kan versgeperste jus, kopjes en glazen wachten op een afwasbeurt. Op de tafel een stilleven van knutselparafernalia, onder een stapel papier schuilt een mobieltje, lucifers, post, bloemen die hun beste tijd gehad hebben, een bord met kruimels, een half geslachte anannas, een speldenkussen en een verdwaalde kerstbal en nóg is er plaats voor de theepot en de koektrommel. De kinderen rennen in en uit, de poezen verblikken of verblozen niet, moeder trouwens ook niet.Thuis zou ik me stapel ergeren aan de zooi, maar hier niet. Hier in deze gemoedelijke woonkeuken past het en het deert me niet.