Humorvolle presentatie over de combinatie ouders & geluk. Echtpaar bespreekt 4 taboes waar je het als ouders nooit over hebt en waarom dat beter zou zijn om dat wel te doen. Aanrader.
Ze knuffelt me bijna plat als ik zeg dat ze naar boven moet gaan omdat het hoogste bedtijd is. Jaja, denk ik, uitstelgedrag, toe nou maar, naar boven toe, al geniet ik ook van dat altijd overstromende vat vol liefde. “Ma-ham, kom je nog even?” klinkt het even later vanuit de badkamer. Hè wat doet ze dat toch goed de laatste tijd, denk ik trots als ik naar haar toe loop. Babbel-de-babbel blijkt ze nog helemaal niet uitgekleed en ook de tanden zijn nog niet gepoetst. “Ik vond het zo ongezellig, zo alleen, dus ik wou jou graag even de buurt” fleemt ze.
Negeneneenhalf is ze nu, dat is al bijna tien, dan heb ik straks twéé tieners, bedenk ik me terwijl ik haar gadesla vanaf de badrand. In haar kamer staan de pluche beesten rijendik knus zij aan zij. Pal onder glamoureuze popsterrenposters uit de Tina en de Meiden Magazine. Ze ziet ze niet. Ze kijkt alleen naar mij. Haar stralende lach maakt de kuiltjes in haar wangen diep als deuken. Jaja, natuurlijk krijg je nog een knuffel, graag zelfs want ik heb ‘r nog nauwelijks gezien vandaag. Zo gaat dat, als ze groter worden. Ze fietst zelf naar school, belt vanaf het schoolplein of ze mag spelen bij Louise en hopla dan is het alweer bedtijd. Ik voel haar armen stevig om mijn middel, ze duwt haar hoofd tegen mijn borst, ze past nog ruim onder mijn kin. Ik til haar op, ze slaat haar benen om me heen, ik houd haar nog gemakkelijk, we stijgen bijna op. “Wat ben je toch lief, ik hou van jou” murmelt ze in mijn oor. Ik moet uitkijken dat de weekmakers mijn knieën niet doen verslappen. Als ze in haar hoogslaper klimt kijkt ze nog even om. “Hoe komt het toch dat ik jou zo lief vind, dat ik zó veel van jou hou, terwijl de moeder van Louise ook heel lief is. Maar van jou hou ik zoveel meer!”
Mooie vraag. Mijn antwoord dat wij bij elkaar horen, bevredigt eigenlijk niet als ik beneden op de bank naar het journaal kijk. Ik weet ook niet hoe dat werkt met houden van en onvoorwaardelijke liefde. Over een paar jaar houdt ze een tijdje wat minder van me, schat ik in. Later durft ze misschien weer te voelen wat ons bindt. Of misschien knelt de familieband te hard en zoekt ze worstelend een uitgang. Ik weet het niet. Voordat ik helemaal in de knoop raak, besluit ik te genieten van wat er is. Het is een heerlijk meisje, en dat is het!
“Ik vind je lief” en mijn jongste van acht vlijt zich genoeglijk tegen me aan. We zoeven over de snelweg, het schemert, de lantaarnpalen zijn net aangefloept en we moeten nog dik een half uur voor we thuis zijn. Gezellig zo samen in de auto. “Ik vind jou ook lief” Het komt uit mijn tenen. Ik doe mijn best om dit soort woorden niet op de automatische piloot uit mijn mond te laten rollen. Soms ontkom je er niet aan maar deze keer is het echt helemaal echt. Konden we nog maar uren zo doorrijden, weg van alle dagdagelijkse gedoe. Waarom vind ik haar eigenlijk zo lief? Laat me dat eens hardop uitspreken al ben ik dat van huis uit niet gewend. Aarzelend zoek ik woorden die haar recht doen en die tegelijkertijd geen druk veroorzaken want daar is ze op dit moment megagevoelig voor. “Ik vind jou zo lief om je lieve lach, om je vrolijkheid, om je muzikaliteit, om hoe je gegrepen kunt zijn door een boek, om je grappige gehuppel, om je behulpzaamheid, om je slimheid, om je zelf opstaan met de wekker en je heerlijke geknuffel” liefkoosplaag ik haar. Ze wentelt zich behaaglijk in al dat heerlijks.
Ze hoeft niks terug te zeggen, maar ze doet het wel. “En ik vind jou lief om je lieve lach, om je halfvolle glas, om je krulharen, om je mooie ogen en dat je je bril alleen in de auto opdoet want ik hou zo van je ogen en zonder bril zie ik ze beter, om je werk dat je doet met ouders want het is ook voor ons belangrijk dat je zo leert hoe je moet opvoeden, om je man want anders had ik niet zo’n leuke papa, omdat je kinderen wilde krijgen want anders was ik nooit geboren, om je agressiviteit vanbinnen die als vuurwerk kan ontploffen want ik hou van vuurwerk, ja zelfs hou ik van je boosheid want je bent mijn mama en ik hou van alles wat bij jou hoort. ”
Pff, wat een portret. Dat kind van mij en haar rake beschrijving. Ik schrik van haar laatste ontboezeming maar meer nog gloei ik van geluk. Onvoorwaardelijke liefde.
Als ze ‘s middag thuiskomt in de druilerige regen
en ze laat d’r fiets gewoon maar vallen in de heg.
Ze smijt haar boeken in een hoek, en schopt ertegen
dan weet ik al genoeg maar ik kijk wel uit met wat ik zeg.
Hij heeft het uitgemaakt
Ik heb het aan zien komen
O, de eerste keer doet dat verschrikkelijk veel pijn!
Midden in de winter notabene, nu alle kleuren zijn verdwenen
nu de zon maar niet wil schijnen en het eeuwig donker lijkt.
Als ik het kon schoof ik de hemel voor je open.
Ik floot het fluitekruid zo uit de natte klei.
Ik haalde de kou uit de lucht,
ik joeg de winter op de vlucht,
ik zette een koe in de wei en inene was het mei
en je verdriet was dan vergeten
en voorbij.
Als ik later thee wil komen brengen op d’r kamer,
roept ze door de deur ‘Ik hoef niks, laat me nou met rust!’
Wat vroeger met een pleister en een kus of een snoepje was verholpen
daar helpt nu geen lieve moeder meer
Dat is voorlopig niet gesust
Als het ik het kon blies ik die grijze zooi aan flarden.
Ik haalde vogels uit het zuiden voor je terug.
Ik pleurde een ei in een nest en ik zei ‘Kom op je doet je best maar,
we moeten lente hebben en een beetje vlug!’
Na elke winter is er altijd weer een lente,
het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
De eerste merel die fluit, de eerste knoppen schieten uit.
En ook al geloof je me niet,
opeens verdwijnt je verdriet.
Het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
D’r komen zoveel nieuwe lentes,
zoveel nieuwe zomers ,
en zoveel nieuwe liefdes voor je aan.
‘Mag ik jullie iets vragen?’ staat de buurvrouw van twee huizen verderop met een rood hoofd aan de deur. ‘Ik heb spontaan een weekendje weg georganiseerd maar ik ben even helemaal vergeten oppas te regelen voor de poes en het konijn. Zijn jullie thuis en zou je ze eten willen geven?’ Heerlijk herkenbaar, natuurlijk doen we dat graag, geen enkel probleem. Ik zie de buurvrouw zelden, we drinken geen koffie bij elkaar, maar met zulke praktische zaken helpen we elkaar regelmatig uit de brand. Dat is waar ook, ik moet nog regelen wie er morgen de oudste ophaalt van dansen. Want het is leuk om een intensief dansende dochter te hebben, maar je rijdt je suf en het komt logistiek niet altijd handig uit. Gelukkig zijn er nog een paar meiden in de buurt die heen en weer gaan en er is altijd wel een ouder die nog een plaatsje over heeft in de auto. Op de nieuwe school van de meisjes bood trouwens laatst een ouder spontaan aan om de jongste op vrijdag mee te nemen en bij hen te laten overbruggen zodat ik niet om 12u én om 14.45u op school hoef te staan om een kind op te halen. Superfijn, dat maakt de dagindeling een stuk aangenamer. Nog fijner als straks ons huis verkocht is en we hopelijk weer om de hoek van school kunnen gaan wonen. Zijn de meiden minder afhankelijk van ons en hebben wij onze handen ook weer wat meer vrij.
De ellende van verhuizen is wel dat je weer opnieuw kunt beginnen met het opbouwen van zo’n praktisch dagelijks vangnet. En die handige tieneroppasmeisjes uit de buurt, daar heb je ook niks meer aan als je tien kilometer verderop woont. Het lijkt een afstandje van niks, maar voor zulke klusjes is het een cruciaal breekpunt. Sinds we kinderen hebben ben ik beter een goede buur dan een verre vriend pas echt gaan begrijpen. Het is de smeerolie van de dagelijkse gezinslogistiek om dichtbij een beroep te kunnen doen op de hand- en spandiensten van anderen. De ene keer gaat het om een ei te weinig terwijl ik heb beloofd pannenkoeken te bakken, de andere keer heb ik even een achterwacht voor de kinderen nodig, soms kan een auto lenen enorme verlichting bieden of is het een geruststellend idee dat de buren de poezen in de gaten houden als we op vakantie zijn.
Ik bied het mijn nieuwe buren straks standaard aan, maar het is afwachten of ze het aandurven. En wederzijdsheid is eigenlijk wel een voorwaarde om er zelf ook gebruik van te kunnen maken. Misschien is dat nog wel het spannendste van het verhuizen; wie worden de buren? Goeie tip voor Funda; burendiensten beschikbaar ja/nee. Want als er geen kip is die even een oogje in het zeil wil houden is het niet de wipkip die de buurt kindvriendelijk maakt.
‘Ma-ham, luister je wel?’ klinkt het doordringend naast me. ‘Jazeker, ik hoor je luid en duidelijk’ zeg ik monter terwijl ik ons met de auto door het drukke spitsverkeer loods. ‘Nou dus toen zei Marieke…’ Naast me babbelt dochter Estelle van acht over de gebruikelijke schoolpleinperikelen. Met een half oor hoor ik het aan, ondertussen kijk ik in gedachten de keukenkast door en broed op het gesprek dat ik vanochtend met een stel ouders voerde. Multitasken is een tweede natuur geworden. Oeps, bijna een fietser over het hoofd gezien, even de aandacht erbij houden. ‘Dat is toch niet normaal?!’ klinkt er verontwaardigd naast me. Vragend kijkt ze me aan, of ik daar mijn gefundeerde mening maar even over wil geven. ‘Tja, dat hangt er vanaf’ probeer ik laf. Maar ik val genadeloos door de mand ‘je hebt helemaal niet zitten luisteren hè, nou ik zal je nog ’s wat vertellen’. Boos keert ze zich van me af. Ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk.
Bij de thee probeer ik het goed te maken. ‘Wat was er nou precies gebeurd met Marieke?’ Ze heeft weinig aansporing nodig om het verhaal opnieuw te vertellen, het zit haar blijkbaar hoog. Ik dwaal al snel af. Het is alsof ik mijn eigen worsteling als kind terughoor. Lastig hoor als je behept bent met een groot rechtvaardigheidsgevoel, ik zou niet weten hoe ik mijn kind daarin goede raad kan geven. En Estelle is zelf trouwens ook een pittige tante dus laten we haar eigen aandeel in het geruzie niet onderschatten, denk ik nog als ‘Dat is toch niet normaal?!’ het einde van haar verhaal aankondigt. ‘Tja, of het normaal is of niet, dat is moeilijk te zeggen, ik was er natuurlijk niet bij.’ Boos loopt ze weg. ‘Daar gaat het toch helemaal niet over!’ roept ze terwijl ze de trap op stampt.
Als ik haar ’s avonds instop ga ik nog even bij haar liggen. Zwijgend hou ik haar in mijn armen als ze zachtjes begint te huilen. Zwijgend hoor ik haar aan als ze vertelt hoe ze haar oude vriendinnen mist op haar nieuwe school. En ik snap dat ze daar boos en opstandig van wordt, al kan ik daar verder niks aan doen. Behalve luisteren, écht luisteren en haar laten voelen dat ze er mag zijn. Ik ben blij dat ze zo dapper was om mij tot drie keer toe die kans te geven.
‘Kijk eens wat ik voor je heb meegebracht’ zeg ik enthousiast als ik terugkom uit de stad. Verwachtingsvol graait dochter Estelle in mijn tas. ‘Oh, is dat alles, wat moet ik daar nou mee?’ ze draait zich om en druipt teleurgesteld af. ‘Dat is toch handig, een map om al je muziekspullen in te doen? Ik dacht, dan heb je tenminste alles bij elkaar. Ik dacht dat je dat fijn zou vinden.’ ‘Heb ik dat gezegd dan?’ ‘Nee, maar ik zag je zo hannesen met al die losse papieren dus toen dacht ik…’ ‘Ja, toen dacht je dat ik dat handig zou vinden, maar dat vind ik dus niet’ zegt ze. ‘Jammer van het geld’ voegt ze er droog aan toe.
Wat een ondankbaar wicht! En nog bijdehand doen ook. Denk je haar te helpen, overwéégt ze er niet eens gebruik van te maken. Ik loop me hier het vuur uit de sloffen om het iedereen naar de zin te maken, overal aan te denken, problemen op te lossen vóórdat ze zichtbaar worden en mevrouw haalt haar schouders op zonder enige vorm van waardering. Dit is toch eigenlijk te gek voor woorden. Mijn moeder zou me genadeloos mijn plek hebben gewezen. Ik open mijn mond om haar een standje te geven…
Net op het nippertje slik ik mijn boze woorden in. Eigenlijk heeft ze wel een punt,namelijk. Immers, als ik ga denken aan wat zij denkt, omdat ik denk dat ik beter voor haar kan denken omdat ze zelf nooit ergens aan denkt, ze denkt ook nooit aan mij, denk ik, dan kan je lang blijven denken. En je boos maken omdat het niet gewaardeerd wordt kost ook nog eens veel energie. Dat doen we dus anders.
Vroeger kwam ik veel over de vloer bij wat in mijn ogen Het Ideale Gezin was. Een zoete inval, warme moeder, hecht en toch elkaars ruimte respecterend, aan tafel ging het over politiek & cultuur, feesten tot in de kleine uurtjes maar ook lome zwijgzame zondagmiddagen met een boek en een pot thee in de bloemige tuin. Toen de kinderen twintigers werden kregen de zussen ruzie omdat ze elkaars partner niet zagen zitten. De vader nam het op voor de oudste. De jongste ontplofte, zei dat ze vroeger al nooit gezien werd zoals ze was en geen voet meer over de drempel zou zetten. Met terugwerkende kracht viel de idylle van het gelukkige gezin in duigen.
In mijn spreekkamer zijn de ellendige familieverhalen eerder regel dan uitzondering. Ook daarbuiten valt het me op dat elke volwassene wel een barst in zijn familiegeschiedenis heeft. De irritant dominante moeder, het eeuwig jaloerse zusje, de verstoten oom, de tijdslurpende hobby van vader, het openlijke geheim dat opa zijn weekgeld opzoop of de getraumatiseerde tante die bij voorkeur ’s nachts een beroep op hulp deed. Zelden wordt erover verteld met een glimlach om de mond. Vrijwel altijd zijn het splijtzwammen die het hechte gezin van weleer uiteen doen rijten. Wegens familieomstandigheden uit elkaar gevallen. Soms met leukoplast provisorisch gerestaureerd. Als niemand er aan peutert blijft het nog jaren bijeen.
Wat is het geheim van het lang houdbare gezin? Is alle moeite die ik doe voor mijn meiden uiteindelijk parels voor de zwijnen? Strikt genomen weet ik immers niet waar ze me later mee om de oren zullen slaan dus is het maar de vraag of het allemaal de moeite waard is. Ik doe mijn best maar als ik om me heen kijk is het op de lange termijn zelden genoeg. Passen bloedbanden en familietrouw niet langer bij onze compacte kerngezinnen? Of is het idee van kinderen grootbrengen dat je uiteindelijk het concept gezin loslaat en kijkt of er iets ander voor in de plaats kan komen? Op vrijwillige basis.
Misschien is het wel ritueel gemopper? Om het zoeken naar een eigen plek te rechtvaardigen. Is het gesteggel sinds mensenheugenis dat nu zoveel aandacht krijgt omdat we nog maar een paar decennia zelf verantwoordelijk zijn voor ons geluk. Wie het weet mag het zeggen.
Voorzichtig trek ik mijn kleren aan, het gaat langzaam maar dat geeft niet. Ik ben eigenlijk alweer te moe tegen de tijd dat ik aangekleed ben. Dat hakt erin, zo’n venijnige buikgriep. Maar ik wil nu eindelijk wel weer eens beneden zijn, desnoods ga ik na het eten meteen weer terug naar bed. Mijn maag knaagt, zin in eten, dat is lang geleden. Voetje voor voetje scharrel ik twee trappen naar beneden. ‘Hé mama, je bent weer beter!’ roepen de kinderen verheugd. Ik krijg een dikke knuffel, mijn man ziet het glimlachend aan. Hij weet dat ik nog wel een paar dagen nodig heb om weer op krachten te komen. We kunnen meteen aan tafel, alles staat al klaar, wat een heerlijke luxe.
‘Hebben de poezen al eten?’ ‘Hoho, eerst hartig dan zoet.’ ‘Hè nou liggen die brieven hier nog op tafel, waarom zijn die niet op de post?’ ‘Hebben jullie er wel aan gedacht om te oefenen voor muziekles?’ ‘Kan het ietsje zachter, wat een kabaal maken jullie zeg.’ ‘Kom op, aan tafel blijven zitten! Je bent al acht, dat weet je onderhand toch wel?’ Al snel is er niets meer over van de aangename opwinding om weer samen aan tafel te zitten. Er is zoveel te corrigeren dat het me gewoon niet lukt om mijn mond te houden en bovendien lijkt het de hoogste tijd om weer ‘s wat orde op zaken te stellen. Ik kan blijkbaar niet eens een paar dagen fatsoenlijk ziek zijn. Pff, ik weet niet of ik die verantwoordelijkheid nu al meteen weer aan kan. Ik ben bekaf. Mismoedig druip ik af en kruip mijn warme veilige bed weer in. Het ligt een stuk minder lekker. Nu voel ik me niet alleen fysiek ellendig maar ben ik ook nog boos omdat ik beneden zo aan het mopperen was.
Na een tijdje kruipt het schaamrood me over de kaken. Mijn lief heeft zo hard gewerkt om alle ballen deze week in de lucht te houden. Had ik nou niet heel eventjes mijn grote mond kunnen houden? Wat is dat toch wat het zo moeilijk maakt om in te voegen als je er even uit geweest bent?. Blij zijn om de kinderen weer te zien, verlangen naar gezellig samenzijn maar zo weinig verdraagzaam voor alle gewone gedoe. Misschien is het de confrontatie met de onoverzienbare opvoedberg als ik even ‘vrijaf’ heb gehad. Of is het het gebrek aan routine dat me onmiddellijk opbreekt als ik er plompverloren instap? En omdat ik me niet fit voel ontbreekt het me bovendien aan moed om mijn irritatie daarover te ondrukken. Met als gevolg extra hommeles. Dom, dom, dom voortaan ga ik de héle invoegstrook gebruiken in plaats van meteen BAF ertussen en vol gas mee te gaan rijden. Ook een goede tip trouwens als je terugkeert uit de file en aan tafel schuift na een lange werkdag
‘Maar zo wil ik het niet. Ik had het me anders voorgesteld!’ Huilend zit ze tegenover me. Met moeite slik ik mijn eigen tranen weg, want o wat is dat herkenbaar. Deze moeder wil helemaal niks geks. Ze wil spelletjes doen, kletsen, knutselen, kneuteren en het samen gezellig maken op een vrije dag. Maar telkens weer draait het uit op ruzie, op gedoe, wil de een niet wat de ander wil en voor ze het weet is ze aan het schipperen en politie-agent spelen en is de knusheid ver te zoeken. Toen ik haar vroeg hoe ze haar verlangen naar gezelligheid op een andere manier vorm kon geven brak ik haar laatste strohalm. Weg is de hoop dat ik haar tips ga geven hoe ze de kinderen gezellig samen kan laten spelen. Haar gezicht is één groot vraagteken want ze kan het zich niet anders voorstellen. ‘Hoe zou het bijvoorbeeld zijn als je man iets met Jikke gaat doen en jij met de meiden? Of andersom.’ En dan wordt haar plots duidelijk met welke verwachtingen ze leeft.
’Misschien werkt het niet op die manier in jouw gezin?’ ‘Maar dat wil ik niet. Ik wil niet dat het zo is.’ Dat begrijp ik, dat ze dat niet wil. Maar de situatie is zoals die is. Hoe lang blijf je vechten om aan het ideaalplaatje te voldoen? Hoeveel energie kost het om telkens weer het onhaalbare na te streven? Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan dat je je verwachtingen moet bijstellen. Zolang het voelt als capituleren gaat dat niet lukken. ‘En als het niet gaat zoals jij had gehoopt, word je dan boos?’ ‘Ja natuurlijk. Want ik doe mijn best om het gezellig te maken en binnen tien minuten hebben we alweer ruzie en dan moeten we nog de hele dag.’ ‘Gij zult gezellig doen!’ bas ik met zware stem. Door haar tranen heen schiet ze in de lach. We hebben een ingang.
@sander_louis zou je via @vocaliciousnl moeten kunnen krijgen maar mail gerust als dat niet lukt. Heb nog wel de opzet liggen denk ik. 1 day ago
@Dorien_tweets ja ik dacht er zijn allerlei cursussen omgaan met lastige ouders maar hoe ouders leren omgaan met hulpverleners zie je niet 1 day ago
Mag in de #autismeweek bij Reinaerde voor #ouders lezing geven over omgaan met hulpverleners.Tegenhanger cursus omgaan met lastige ouders ;) 2 days ago