“Geen normaal gesprek mogelijk met je kind? Zit je met je handen in het haar? Altijd ruzie in huis? Het kan ook anders. Lees dit boek, volg het 5-stappenplan dat de auteurs in de praktijk hebben getest en je haalt de zon weer in huis. Opvoeden was nog nooit zo eenvoudig.” Wat heerlijk, denk ik als ik het artikel in het gerenommeerde opvoedblad lees, een boek dat als een gebruiksaanwijzing de weg wijst. Dat de oplossing is voor alle geruzie waar ik dagelijks mee worstel. Wat bijzonder dat er mensen zijn die universeel werkende mechanismen weten uit te denken die op elk kind en op elke ouder toepasbaar zijn.
Eerder hebben Gordon, Positief Opvoeden, Popov, Geweldloze communicatie, Nanny Frost, Natuurlijk ouderschap, How2Talk2Kids, RET voor ouders en zelfs managementgoeroe Steven Covey met zijn De zeven eigenschappen voor effectieve families het wiel al uitgevonden. Bij het consultatiebureau kun je de cursus met de bemoedigende titel Opvoeden: zo! volgen. Allemaal presenteren ze hun methode als dé manier die werkt. Eeerlijk is eerlijk, allemaal hebben ze wel iets. Maar maken ze de gouden bergen die ze beloven waar? Of ben ik een domme falende ouder als die ultieme methode bij mij niet blijkt te werken?
Het doet me denken aan de dieetgoeroes die hele bevolkingsgroepen in hun greep hebben. Maar het enige dat echt werkt is je bewust worden van wat je eet. Bereid zijn te kijken naar je gedrag en oefenen totdat je een ons weegt om te luisteren naar de signalen die je lijf afgeeft. Soms kunnen diëten je een stukje op weg helpen. Maar zoals de consumentenbond al aangeeft, let op:
Uitvoerbaarheid: sommige diëten zijn leuk verzonnen, maar praktisch/sociaal onuitvoerbaar.
Balans: diverse diëten zorgen voor een onevenwichtig of slecht eetpatroon. Ongezond!
Volhouden: strenge en eentonige diëten kunnen effectief zijn, maar erg lastig vol te houden.
Waar leren ouders dat leren opvoeden begint bij zorgvuldig kijken en luisteren naar ieders aandeel? Al doende zoeken naar wat bij jou en bij je kind past? Er is geen recept voor dé goede aanpak, laat staan dat er één methode is die altijd en voor iedereen werkt. Het zou een hoop teleurgestelde mensen voorkomen als we bereid zijn om dat onder ogen te zien.
De dag is amper twintig minuten oud of de dames vechten elkaar al de tent uit. Ondertussen smeer ik onverstoorbaar de boterhammen voor de broodtrommels, ik kan dat ’s ochtends vroeg helemaal niet aan met mijn ochtendhumeur. Dus. Als het gekissebis niet ophoudt zoek ik mijn heil in een andere maatregel dan negeren: “Als je niks aardigs tegen elkaar kunt zeggen, dan zeg je maar niks. Vanaf nu wil ik dat het stil is en je doet alleen je mond open om er een boterham in te stoppen.” Ik doe mijn best niet boos te klinken, dan zou ik immers mijn eigen glazen ingooien. En zowaar, het werkt. Het is een paar minuten stil en daarna is het ontbijtklimaat een stuk vriendelijker. Hoe vaak heb ik deze zin al uitgesproken om vervolgens een tijdlang te scheidsrechteren over wat wel/niet aardig (bedoeld) was? Hoe vaak heb ik me afgevraagd of het überhaupt haalbare kaart was om twee van die haaibaaien op te voeden tot vriendelijke jongedames? Oefening baart kunst, dat blijkt maar weer.
Mijn hele jeugd heb ik doorgebracht in het geboortehuis van mijn vader. Honkvast op één plek. Af en toe een verbouwing, een nieuw behangetje, een ander paadje door de tuin en ik wisselde natuurlijk regelmatig met mijn broer en zus van kamer maar nooit reed de verhuiswagen voor onze deur. Mijn eerste jaar op kamers verhuisde ik prompt drie keer. Toen ik afstudeerde kocht ik mijn eerste huisje en inmiddels ben ik alweer vier huizen verder. Ik vind dat leuk huizen kijken, en kopen (al hou ik minder van het verhuizen zelf, dat is een lastige combinatie geef ik toe). Sinds kort kriebelt het weer. De ingestorte huizenmarkt ten spijt surf ik verlekkerd over Funda en pas het ene na het andere huis. We wonen hier ook al bijna zes jaar. Een eeuwigheid.
‘Mama, jij had toch een eigen school waar je kinderen leerde naaien?’ “Jazeker en ik had ook wat meisjes die ik opleidde tot naailerares. Dat was erg leuk om te doen.” ‘Maar mam, waarom ben je daar dan mee gestopt?’ Ik weet nog precies waar ik stond ik het mijn moeder vroeg. Ik was een jaar of veertien en ik begreep er niks van. Hoe kon je zoiets nou opgeven? Een zelf opgebouwde school, een eigen bedrijf. ‘Tja, daar dacht ik eigenlijk niet over na. Dat deed je gewoon als je trouwde.’ Ik vond het onbegrijpelijk en ontzettend ongeëmancipeerd. Echt belachelijk. Later vertelde mijn schoonmoeder dat ze als schooljuffrouw werd ontslagen toen ze trouwde. Normale gang van zaken in de jaren zestig. Totaal achterhaald beleid. Toch?
“Ze is ‘s ochtends nog niet met tien stokken uit bed te krijgen. Niet dat ik een stok gebruik hoor maar bij wijze van spreken. Of ik haar nu vijf keer of tien keer roep, het maakt niet uit. Pas op de laatste nipper staat ze op. En ja, dan is het haast-haast en een hoop gemopper. Van haar, van mij – nou lekker begin van de dag, ook goedemorgen.” Haar ogen spuwen vuur, haar mond vertrokken tot een dunne streep. De goedmoedige moeder die bij me binnenstapte is nauwelijks herkenbaar. “Echt, ik heb alles al geprobeerd, maar niks werkt.” Inmiddels is de toon verongelijkt, alsof haar zevenjarige dochter haar groot onrecht aandoet. Dan valt ze stil. Ze leunt verslagen achterover. Zeg jij het maar, spreekt haar lichaamstaal. Dat is altijd een moeilijk moment bij de gesprekken die ik voer. De trukendoos is zó opengetrokken maar het is zelden de oplossing van het probleem waar de ouder mee worstelt.
Routineus vul ik tijdens het ontbijt de trommels met bruine boterhammen, één met kaas, en bij wijze van concessie één met chocopasta. Dan nog de drinkbekers en een stuk fruit en ze kunnen er weer een hele schooldag tegenaan. Tevreden sorteer ik de stapeltjes uit. Dat heeft deze moeder weer mooi voor elkaar. “Mama, mag ik een koek mee?” Pardon, waar komt dat opeens vandaan? “Iedereen heeft altijd een koek mee en wij nooit. Wij hebben altijd fruit, ik wil ook een koek mee naar school.” Iedereen – altijd, galmt het na in mijn hoofd. Hebben kinderen op deze leeftijd wel vaker last van, het is aan mij om dat te relativeren. Aan de andere kant, misschien ben ik wel te braaf? Grijpen moderne ouders inderdaad een pakje drinken en een voorverpakte koek uit de lang houdbare voorraad en is iedereen blij. De stilte duurt al te lang, ik moet nú antwoord geven. “Nee schat, zo doen wij dat niet.”
‘Weet je nog, daar speelden we altijd mee op Ameland. Wat was het daar leuk hè?’ ‘Oh jaa’, slaakt de jongste een verzaligde zucht, ‘en toen zat ik in zo’n bakje achter de fiets, met mijn poppen en jij had een aanhangfiets. Dat was echt heel erg leuk.’ Ze spelen in bad met twee onooglijke plastic poppetjes die, in tegenstelling tot menig verantwoord aangeschaft speelgoed, verbazingwekkend lang populair blijven. Ameland, dat was toch – hè, dat is alweer vijf jaar geleden! Maar toen waren de meiden twee en vier, daar kunnen ze toch helemaal geen herinneringen aan hebben?Het was eigenlijk helemaal niet zo’n leuke vakantie. Het was geen strandweer, Rosa was het steeds snel zat op de aanhangfiets, ze was überhaupt over vanalles en nog wat dwars en onhandelbaar en Estelle sliep nog twee keer per dag en deed dat bovendien alleen in haar eigen bed, dus de uitstapjes werden flink beperkt. Maar het klopt dat die twee poppetjes een grote hit waren. Ze gebruikten ze als poppenkastpoppen achter een muurtje van de nabij gelegen speeltuin, en ze speelden er talloze variaties op Hans en Grietje mee. Die Hans-en-Grietjepoppetjes hebben de afgelopen jaren hun herinnering aan die vakantie blijkbaar levend gehouden, daar hoefde ik niks voor te doen.
‘Mama, ik vind dit niet leuk’, een gloeiend hoopje mens ligt tegen me aan te branden. Mijn oudste dochter is geveld door de griep. In de krant staat dat er zoveel mensen ziek zijn, dat je van een epidemie kunt spreken. Als je dat leest is het toch heel anders dan wanneer het zich in je huis afspeelt. Rosa hangt verlept in de kussens en meer dan gekreun, gesteun en onnavolgbaar ge-ijl komt er niet uit. Echt ziek dus. Niet schoolziek of een dagje aanklooien met een extra DVD, maar de vinger aan de pols houden of de temperatuur niet te ver oploopt en kijken of er af en toe een slokje in wil gaan.
‘Lieve dagboek. Vandaag was het een normaal schooldag. Alleen dat ik met Tom gespeelt hep. IJgenlijk is hij mijn vriend niet.’ Mijn dochter van zeven laat me haar dagboek zien. Ze is gewoon in een schriftje begonnen en hanteert de klassieke wetten die blijkbaar in ons gebakken zitten, als je er gevoelig voor bent. Helemaal zelf uitgevonden. Waarom ontroert me dat zo? Ik ben natuurlijk apetrots om een schrijfster in huis te hebben, maar dat is het niet. Het raakt me dat ze al zo jong in staat is de dag te spiegelen. In een flits zit ik zelf weer achter mijn bureautje met mijn langwerpige groene dagboek (met slot uiteraard), te zweten op zal ik nou recht of zal ik nou schuin schrijven. De inhoud was nog van ondergeschikt belang, dat kwam pas later. Wat begon met van me af schrijven is gaandeweg veranderd in naar me toe schrijven. Al schrijvende de
“Mam, mogen we chips?” ‘Ja hoor schatjes, met hoeveel vriendjes ben je? Nog wat drinken erbij?’ Op het uitdijende ligbeddenlandschap naast mij is het een komen en gaan van kinderen en volwassenen. Ik krijg maar niet helder wie bij wie hoort en de onuitputtelijke tas van de madre famiglia komt rechtstreeks uit het bijbelverhaal van de 2 vissen en de 3 broden. Al drie keer heb ik haar horen zeggen dat ze zo dadelijk weggaan bij het zwembad maar ‘zo dadelijk’ is blijkbaar een rekbaar begrip.