Tag Archieven: ontwikkeling

Uitvinden

Ook al worden er boeken vol geschreven over hoe kinderen zich ontwikkelen en wat ze nodig hebben, het is toch uitvinden hoe je dat als ouder in de praktijk uitvoert. Ik weet nog hoe trots ik was dat mijn oudste meteen goed  bij me begon te drinken. Dat hielp enorm om zelfvertrouwen te krijgen in mijn onwennige nieuwe taak als moeder. Toen de kraamverzorgster echter na zes dagen zei dat het nu toch wel echt tijd werd om Rosa op een strakker voedingsschema te zetten was ik totaal ontredderd. Want hoe doe je dat dan? Ze gaf er geen handleiding bij dus ik rommelde wat aan, hield het gehuil tussendoor soms wel en soms niet uit (oh, slecht-slecht-slecht want ik zou toch consequent zijn) en na een paar weken schoof het op zijn plek. Haha, victorie, ik had uitgevonden hoe het moest. Totdat er dan weer een ‘regeldag’ voorbijkwam en dan kon ik weer opnieuw beginnen.

Met naar bed brengen gingen wij geen gedoe krijgen, zo had ik mij voorgenomen. Dus dat deed ik liefdevol gedecideerd en met vaste rituelen, zoals het in de boekjes staat. En jawel, met negen weken sliep ze door en ook later nooit gezeur. Dat hadden we toch maar mooi voor elkaar, klopten we onszelf op de borst.

Tegen de tijd dat de tweede werd geboren had ik echt het gevoel dat ik het te pakken had, dat ik snapte hoe het werkte. En kijk zie je wel, Estelle dronk ook meteen als een voorbeeldkind uit de folders van Borstvoeding Natuurlijk. Binnen no time hadden we haar ‘op schema’ en we voelden ons ervaren volleerde ouders. Laat maar komen die kinderen, als het zo gaat kunnen we er wel tien aan, zeiden we nog tegen elkaar. Maar met zes weken huilde ze elke avond van 18u tot 22u, de enige remedie was vasthouden en rondlopen. Elke nacht werd ze bovendien drie tot vijf keer wakker. Als ze haar speen weer had en even getroost was lagen we 3 minuten later weer terug in bed (maar zie dan maar weer in te slapen). Dat hield ze de eerste drie jaar van haar leven vol, wat we ook probeerden. Ik schaamde me met terugwerkende kracht over het leedvermaak waarmee ik de verhalen van vrienden over gebroken nachten had aangehoord.

Boeken zijn nuttig om kennis op te doen over de kinderlijke ontwikkeling. Daarnaast is het ouderschap een continue leerschool voor de eigen ontwikkeling. Mijn grootste strijd was vrede krijgen met de onplanbaarheid van het bestaan. Daarnaast heb ik mijn lessen in nederigheid gekregen. Mijn twee totaal verschillende kinderen relativeren bovendien mijn invloed als opvoeder. En bovenal heb ik leren kijken, uitvinden, bijstellen, uithuilen en opnieuw beginnen.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 11 Reacties

Veiligheid voor alles

“Mama, zag je dat? Die mevrouw deed heel boos omdat haar kindje op de glijbaan probeerde te klimmen. Ze pakte het meteen weg van de tweede tree van het trappetje.” Estelle is verontwaardigd naar me toegerend en kijkt me nu met grote vragende ogen aan. Ik zag het gebeuren en het verbaasde me ook, maar hoe leg je een kind van zes uit dat je als ouder altijd schippert tussen ‘laten gaan’ en ‘ingrijpen’. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer. Het ge-pas-op en kijk-uit is vaak niet van de lucht in een speeltuin. Vaak al voordat er sprake is van enig gevaar. Nu moet je als ouder ongelukken zien te voorkomen, dat spreekt, maar de truc is die waarschuwingen dan wel op het goede moment te laten klinken en ze niet te pas en te onpas uit te kramen. Dan verliezen ze al snel hun functie.

Deze moeder lijkt me al te voorzichtig met haar kleintje. Een kind moet immers ook de kans krijgen om te leren. En dat gaat nu eenmaal met vallen en opstaan. Maar misschien zit ik ernaast en heeft de moeder een goede reden om zo resoluut het spel van haar kind te onderbreken. Van de buitenkant kan ik dat eigenlijk niet zeggen. Het is te gemakkelijk om zo te oordelen over andermans opvoeding.

‘Tja lieverd, misschien was die moeder bang dat haar kindje zou vallen’ zeg ik tegen mijn dochter. “Maar ze stond pas op de tweede tree! Zo leert ze het toch nooit? En waarom was die moeder dan zo kwaad, ze ging erbij schreeuwen en pakte dat kindje echt zo hop-hop onder de arm en sleurde het naar de kant.” Estelle is oprecht verontwaardigd over zoveel onrecht. Ik probeer een glimlach te ondrukken over haar jong verworven inzicht.  ‘Ik weet het niet. Het is nog wel echt een klein kindje, misschien is het nog niet zo handig en valt het vaak. Misschien had ze al een paar keer gewaarschuwd dat het kindje de glijbaan niet op mocht klimmen. Maar dat zou ze natuurlijk beter niet zo boos kunnen zeggen. Je kan het kindje ook rustig oppakken, zeggen dat het niet mag en daarna het bij iets te spelen zetten dat wél veilig is.’

“Of ze zou haar kindje kunnen leren hoe je goed de glijbaan opklimt” oppert mijn jongste en dat is natuurlijk ook een optie.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , , | 6 Reacties

Herstel

Week in, week uit ploeter ik bij de handwerkles. Mijn naald stroef van het zweet in mijn handen, de draad verfomfraaid van het vele uithalen en opnieuw beginnen. De jongens mogen houtbewerken, jaloers kijk ik naar buiten waar ze bezig zijn spijkers in hun plankjes te slaan. Dat zou ik ook wel willen. Maar ik ben tien en heb geen keus, ik ben een meisje en dus heb ik handwerkles. Wanneer ik na maanden het resultaat trots mee naar huis neem zegt mijn moeder “wat is dat voor broddelwerk, haal maar uit, dat kan veel netter”. Vanaf die dag krijg ik op mijn vrije woensdagmiddag thuis naailes. Ik haat het maar tegensputteren helpt niet. Pas als ik perfecte naden stik op het machine, een schortje heb geborduurd en een patroon tot nachtjapon weet om te toveren mag ik stoppen. Ik besluit nooit van mijn leven meer een naaimachine aan te raken. Sterker nog, ik heb voor mijn leven een zelfmaakallergie.

Dan komen de kinderen. En eerlijk gezegd is het soms toch wat onhandig om zo principieel anti-naald-en-draad te zijn. Niet dat ik ze in mijn eigen creaties wil hijsen, dat is een ander jeugdtrauma, maar af en toe een tailleband kunnen innemen of een naadje omzomen zou wel handig zijn. Misschien. Wanneer Rosa naar de peuterspeelzaal gaat en de Sinterklaastijd aanbreekt schrik ik me een hoedje als blijkt dat de ouders een voorgeschreven zelfgemaakt kado dienen aan te leveren. Dat jaar pareer ik de knutselverplichting door ‘m aan mijn man te delegeren. Hij figuurzaagt braaf een waxinelichtjeshouder. Het jaar daarop ontkom ik er niet meer aan; er moet een kabouter gebreid worden. Liefst zou ik obstinaat weigeren. Ik weet niet meer hoe je steken moet opzetten, sterker ik heb niet eens breinaalden. Maar dan zie ik voor me hoe die hummels hun kneuterige kabouters uitpakken en dat die van mij dan een glimmende plastic tuinkabouter in haar papier vindt. Ik voel hoe mijn knieën week worden en ik ga om.

Omdat ik mijn moeder natuurlijk niet wil bellen pluis ik op internet de brei-instructies uit. Avondenlang brei ik dapper naald na naald. En als ik ‘m dan op het eind met wol vul, een belletje aan zijn puntmus naai – naalden gekocht, garen gehaald – en een pluizige baard fabriceer dan moet ik eerlijk bekennen dat ik het niet eens zo heel erg heb gevonden om te doen. Bovendien heb ik het gevoel dat mijn eer gered is ook al zijn die andere kabouters een stuk vernuftiger gemaakt.

Inmiddels heb ik menig Sinterklaaskado in het geniep in elkaar zitten klooien en het zal mijn hobby niet worden maar het doet me wel goed als ik mezelf over die drempel schop en het me lukt om tot een bevredigend eindresultaat te komen.

Frusterend is echter dat mijn dochters nog altijd denken dat ik geen steek kan naaien. Als er iets stuk is vragen ze wanneer we weer naar oma gaan. Op zich best handig maar als voorbeeldfunctie niet ideaal. Misschien wordt het tijd om eens out in the open een project te beginnen. Want naaien is bij uitstek een voorbeeld van herstellen. En herstellen kun je niet vroeg genoeg leren in het leven.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 8 Reacties