Tag Archieven: onzekerheid

Consternatiebureau

‘Gaat alles goed?’, de wijkverpleegkundige schrijft ondertussen door in het kinddossier. Ik weet niet goed wat er van mij verwacht wordt op het consultatiebureau. Doe ik daar moeder-examen of staan ze aan mijn kant? En ‘alles’ is nogal veel, daar weet ik niet meteen antwoord op als kersverse moeder. Het moment is alweer voorbij, mijn zwijgen wordt geïnterpreteerd als ‘geen bijzonderheden’. Mijn dochter wordt gewogen en gemeten, reflexen getest en tien minuten later sta ik confuus weer buiten. Misschien heb ik het niet getroffen maar dat de meeste jonge ouders in mijn omgeving spreken over het ‘consternatiebureau’ is op zijn minst opvallend. De volgende keer ga ik er met nieuwe moed heen, ik zit vol vragen rond het vaccinatiebeleid en ik hoor graag hoe de jeugdarts daar over denkt. ‘Maar het is erg belangrijk dat u het rijksvaccinatieprogramma volgt hoor, dat is de enige manier waarop we deze ziektes onder de duim kunnen houden.’ Veel meer komt er niet uit, zelfstandig denken is blijkbaar niet de bedoeling, volg de massa is het devies. Zou ik de aantekening ‘moeilijk stuurbare ouder’ hebben gekregen in het dossier? Scoor ik daar punten mee bij de risico-inventarisatie? Mij raakten ze in elk geval kwijt. Ik kwam voortaan braaf opdraven, gaf sociaal wenselijke antwoorden en probeerde verder niet op te vallen. Het consultatiebureau stond definitief niet naast maar tegenover mij.

Toch jammer. Het had ook de plek kunnen zijn waar ik als moeder mijn licht zou kunnen opsteken, waar ik mijn twijfels vrijelijk zou kunnen uiten om vervolgens gesterkt verder te gaan. Een inspiratiebron om je aan te laven, waar deskundigen hun kennis ter beschikking stellen zodat het wiel uitvinden toegankelijker wordt. Want dat is het wonderlijke van kinderen krijgen, ieder moet zijn eigen weg vinden in het ouderschap en het is allang niet meer zo dat je je kinderen als vanzelf begrijpt. Het zou een centrum kunnen zijn waar je in laagdrempelige cursussen je vaardigheden aanscherpt en gecoacht kunt worden in het ouderschap. Met een infotheek over de plaatselijke kinderopvang, voorlichting over onderwijsmethodes en vrijetijdsbesteding. En waar de focus niet uitsluitend op het (fysieke) welzijn van het kind gericht is maar waar ook ruimte is voor de ontwikkeling van een gezin en de ouders in het bijzonder. Niet alleen voor de eerste vier jaar maar voor de hele gezinscyclus. En misschien zelfs voor grootouders en hun (klein)kinderen. Wat zou het mooi zijn als de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin dit ideaal realiseren. Wanneer zij het aandurven deze centra op te zetten vanuit het ouderlijk perspectief, dát zou pas echt vernieuwend zijn. Wat een consternatie zal dat geven op het consultatiebureau. Die mijlpaal gun ik Rouvoet van harte.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 8 Reacties

Jong geleerd

Het is elf uur ‘s avonds als ik met trillende vingers en bonzend hart begin aan de IQ test van de Mensa. Nooit eerder heb ik zo’n test gedaan, ik durfde niet, bang om er niks van te begrijpen en tegelijkertijd ook bang om door de mand te vallen. Bovendien, wat moet een mavo-meisje met een  test? Maar nu schop ik mijzelf over de drempel. Ik haal diep adem en druk op <start>. Over twintig minuten weet ik meer.

In het dorp waar ik grootgroeide was ik het eerste protestante kind dat bij de nonnen naar de meisjesschool ging. Dat voelde heel stoer, vooral omdat mijn vader ervoor uit de kerkenraad werd geschopt. Dus toen ik mij niet zo op mijn gemak voelde tussen mijn klasgenoten gaf ik het cultuurverschil tussen de protestanten en katholieken de schuld en droeg dapper mijn kruis. Dat ik op mijn tiende de jeugdafdeling van de bibliotheek uit had, had daar vast ook mee te maken. De katholieken werden immers niet gestimuleerd te lezen zodat de pastoor ze dom kon houden, zo leerde ik op de zondagschool.

“Ook 130″ meldt mijn man droog door de telefoon als hij de test van de jongste dochter besproken heeft met de psycholoog. En zo komt het dat ik, uren surfen later, oog-in-oog met een serieuze IQ-thuistest sta. Want wanneer allebei mijn dochters 130 scoren, wil ik weten wat dat met mij te maken heeft. Sinds ik mijn jongste zo zie ploeteren om aansluiting te vinden in haar klas, beginnen voor mij de puzzelstukjes van vroeger in elkaar te schuiven. Begin ik te vermoeden dat het anders-voelen misschien een andere basis heeft dan de dorpse godsdienststrijd.

“U wordt van harte uitgenodigd voor de vervolgtest in Utrecht. Naar alle waarschijnlijkheid scoort u in het 98e of 99e percentiel.” Mijn wangen kleuren rood. In de centrifuge van mijn gemoed zwiepen schrik, opluchting, verdriet en ongeloof woest om elkaar heen. Hoef ik mij als moeder misschien toch niet zo onzeker hoef te voelen naast twee van die slimmeriken. Kan ik dat oude gevoel van eenzaamheid eindelijk plaatsen. Kom ik door mijn kinderen wéér een stukje dichterbij mijzelf.

Gepost in Blog | Getagged , , | 13 Reacties

Helicopterview

‘Ik weet me geen raad, het meiske slaapt 20 minuten en is dan alweer wakker. Thuis slaapt ze met gemak twee uur achter elkaar. En ze wil niet in de box, ze huilt alleen maar. Ik kan mijn dochter toch niet blijven bellen om haar de borst te geven?’ Oma klinkt gedesillusioneerd. Ze had zich het oppassen duidelijk anders voorgesteld. Ze voelt zich verantwoordelijk voor het welslagen maar ik vraag me af hoever je invloed daarin reikt. Want natuurlijk heeft ze voor de goede voorwaarden gezorgd. Er is plaats gemaakt voor een bedje en een box, de moeder heeft instructies achtergelaten en het kind wordt met open armen liefdevol ontvangen. Maar ben je er daarmee? Blijkbaar niet.

Ik probeer me voor te stellen hoe het voor een mensje van amper tien weken oud is om de vertrouwde omgeving van huis en haard te verlaten. Ze is natuurlijk al wel vaker buiten de deur geweest maar nog niet zonder haar moeder. Een ander huis, dat betekent ander licht, andere temperatuur, andere geuren. Het bedje voelt anders, onbekende geluiden (of beter vooral de afwezigheid van het kabaal dat haar drie broers gewoonlijk produceren) en de handen die haar vasthouden zijn beduidend minder bedreven dan die van haar eigen moeder.

Oma anderzijds wil graag laten zien dat haar kleinkind in goede handen is bij haar. Ze wil de zorg verlichten voor de moeder, haar geruststellen in haar keuze. Van huis uit is ze bovendien een pedagoog en ze gaat er vanuit dat de opgedane kennis in de jaren vijfig en zestig, en het grootbrengen van haar eigen kinderen, toereikend is om nu naadloos aan te sluiten bij dit nieuwe kindje. Het voelt als persoonlijk feilen wanneer dat niet soepeltjes lukt.

“Ze is nu toch voor de tweede keer bij je? Misschien moet je haar en ook jezelf het voordeel van de twijfel gunnen. Neem wat meer tijd om aan elkaar te wennen. Ga niet steeds iets nieuws proberen maar doe steeds dezelfde dingen zodat ze de gelegenheid krijgt om jouw gewoontes te leren kennen. Je hoeft het niet precies hetzelfde te doen als haar eigen moeder, als ze maar leert vertrouwen op jouw goede zorgen. En dat doet ze het snelst wanneer jij niet teveel twijfelt of je het wel goed doet.” Het voelt wat onwennig om dit tegen iemand met zoveel meer werk- en levenservaring te zeggen maar het rolt er als vanzelf uit. ‘Verdorie, daar heb je waarschijnlijk gelijk in. Ik probeer en probeer maar en ik vergeet helemaal dat de kleine hummel mij en mijn huis moet leren kennen. Dan moet ik dus inderdaad niet steeds iets anders willen uitproberen. Dank je wel, ik ga gewoon weer dapper verder!’

Soms is het nog niet zo gek om er even vanaf de maan naar de te kijken, zouden meer mensen kunnen doen.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 2 Reacties