Tag Archieven: ouders

Susan Senator – The Autism Mom’s Survival Guide (for dads too!)

Susan Senator (2010). The Autism Mom’s Survival Guide (for dads too!). Boston: Trumpeter Books. (ISBN 978-1-59030-753-3, 196 p, € 17,99, zie hier bij bol.com)

Janneke van Bockel

Ouders van kinderen met autisme zijn niet alleen zoekende in de omgang met hun autistische kind, ze hebben ook last van hoe zijzelf en hun omgeving denken over autisme. In haar ‘survivalgids’ schetst Susan Senators via eigen ervaring, interviews met ouders, onderzoekers en hulpverleners, en met een flinke dosis zelfspot, hoe diep autisme ingrijpt in het leven. Ze laat ouders nadenken over de mentale en emotionele bagage in hun rugzak en verheldert met aansprekende anekdotes de context van veel ouderlijk geploeter. En niet alleen thuis. Juist relaties buitenshuis worden gestoord door de ‘ruis’ die autisme omgeeft. Dat maakt het voor ouderbegeleiders een interessant boek: de gespreks­stof ligt voor het oprapen. Veel adviezen zijn bovendien bruikbaar voor ouders van kinderen die om andere redenen zorg en aandacht vragen. Dat Senator soms veel woorden nodig heeft, wordt goed­gemaakt door de passie waarmee ze schrijft.

Afgewezen worden door je kind, een onwelkome diagnose en kritische blikken – hoe verder?

Het duurt vaak jaren voordat autisme bij een kind wordt vastgesteld. Veel ouders voelen zich in die begintijd afgewezen door hun kind en ervaren die jaren als ‘traumatisch’. Wanneer ze horen dat de ‘afwijzing’ te maken heeft met het autisme, helpt dat een beetje maar missen ze door het gebrek aan wederkerigheid nog altijd de ‘beloning’ voor hun inspanning. Sommige ouders richten zich op hun andere kinderen, die wél reageren op liefde en aandacht. De verbinding met het autistische kind brokkelt daarmee verder af en het gevoel van onmacht neemt toe. Een ouderbegeleider zou zeggen: door het gebrek aan wederkerigheid ontbreekt het hun aan ‘goede ouder’-ervaringen.

Veel ouders reageren ongelovig als de diagnose ‘autisme’ valt. Ze kennen autisme uit de film Rainman, of associëren het met heen en weer wiegende kinderen die je niet aankijken. Senator pleit daarom voor uitgebreide psycho-educatie meteen na de diagnose. Ouders gaan dan zien dat het kind wel degelijk (op zijn manier) contact zoekt en dat vergemakkelijkt de acceptatie. Maar dan begint het ‘survivallen’ eigenlijk opnieuw. Ouders krijgen immers nooit echt goed zicht op het kind, en: ‘How much to accept, how much to change?’ (15)

Autisme staat, ook onder professionals, van oudsher in een kwaad daglicht. Denk aan Leo Kanner (1949) met zijn ijskastmoeders, en recent de berichten in de media dat ouders zouden blijven rondshoppen om maar een diagnose te krijgen. Misplaatste adviezen van de buitenwereld dragen bij aan het isolement van ouders van kinderen met autisme. Senator vond in eerste instantie herkenning bij lotgenoten, en dat voelde als steun. Later schrok ze echter terug van de wedijverige sfeer waarin ‘prestaties’ van de kinderen golden als graadmeter voor de inzet van ouders. In haar boek daarom tips om uit te zoeken hoe je zelf tegen autisme aankijkt – of: wilt aankijken – en de vermaning om te stoppen met oordelen, over jezelf én over anderen. De kunst is om het verschil te leren tussen moeilijkheden met a) het kind, b) een ongevoelige buitenwereld, of c) iets wat jezelf dwarszit.

Door de breedte van het autistisch spectrum is eenduidigheid over wat autisme is en welke behandelvormen geschikt zijn helaas ver te zoeken. De in Amerika actieve, zeg maar gerust agressieve, stroming die stelt dat autisme te genezen is, staat bijvoorbeeld lijnrecht tegenover de stroming die autisme ziet als een neurobiologische stoornis. Senator gaat daarom uitgebreid in op de talrijke behandelingen en the­rapieën. Ze spoort ouders aan om haalbare doelen voor ogen te houden. Teveel tegelijk willen is een bekende valkuil, en misschien, zegt ze uitdagend, spelen ook ijdelheid en het streven naar perfect ouderschap een rol. Ongetwijfeld verwijst zij daarbij naar haar ervaringen in de lotgenotengroep.

Een belangrijk thema voor ouderbegeleiding is de balans tussen enerzijds het vinden van de juiste therapie, en anderzijds het leren samenleven met het kind. Neem het gevoel van verwarring serieus; doe het niet af als ‘iets wat er nou eenmaal bijhoort en dat wel weer overwaait’. Gezinnen met tieners zeggen beter te functioneren dan in de begintijd. Waarschijnlijk is dat eerder het gevolg van meer relativeringsvermogen bij die ouders, dan van de ontwikkeling van hun autistische kind; de ouders ontwikkelden vaardigheden om met de situatie om te gaan en een manier van samenleven die in balans lijkt.

Het valt niet altijd mee om te switchen van ouder naar partner, en om de ‘ouders als zorgteam’-rol los te laten. Een moedig hoofdstuk gaat daarom over het belang van een goede (seksuele) partnerrelatie: die is een zegen wanneer opvoeden een zware klus is. Senator geeft tips om met kleine gebaren de verbinding met elkaar te herstellen. Ze daagt ouders uit om hun gezamenlijke inspanning te zien als een manier van ‘bonden’. Maar ik mis aandacht voor het gegeven dat ook in veel partnerrelaties autisme voorkomt (met of zonder diagnose), met bijbehorende specifieke relatieproblemen. Dat de schei­dingskans stijgt naarmate de kinderen ouder worden – terwijl die normaliter daalt – blijft onvermeld.

Bij een gehandicapt kind hebben ouders vaak het gevoel dat zij als enigen hun kind begrijpen. Dat is niet overbeschermend zoals vaak gedacht wordt; zij zijn immers de continue factor, en niet de komende en gaande deskun­di­gen. Omdat die positie een zware druk op de relatie legt, bepleit Senator toch ook anderen toe te laten en te vertrouwen op hun betrokkenheid. Ze moedigt ouders aan zich steeds weer af te vragen wat zijzelf willen, en hoe ze hun netwerk kunnen inzetten om dat mogelijk te maken. Is dat er (nog) niet, klop dan (toch maar) eerst bij lotgenoten aan: het helpt om te ervaren dat jij niet de enige bent met een ‘square-peg child in a round-hole world’ (135). En ook al krijg je er genoeg van je te moeten verdedigen voor keuzes die je maakt, sluit jezelf vooral niet op. Mobiliseer medestanders, mensen die ervan uitgaan dat jij je best doet en die bereid zijn om zo nodig in te springen. Hoe ouder het kind, hoe minder compassie voor afwijkend gedrag, en hoe belangrijker het netwerk. Omgekeerd is het aan ouders om hun opgedane kennis met anderen te delen. Uiteindelijk loont dat, zelfs op politiek niveau – aldus een strijdbare Senator. Aansluiten bij een belangenvereniging (hier de NVA of Balans) is een mooi begin voor de wat schuchterder ouder. Want nogmaals: blijf niet eenzaam op je eiland zitten! Ook een mooie insteek voor ouderbegeleiders.

Vrijheid in gebondenheid

Senator besteedt veel aandacht aan vrije tijd in combinatie met autisme: een notoir moeilijk gegeven. Denkwerk vooraf om omstandigheden te optimaliseren bijvoorbeeld, vergt moed wanneer je omgeving zegt ‘we zien wel’. ‘Activiteiten voorspelbaar maken’ staat immers haaks op de gangbare opvattingen over vrije tijd. Het gezin opsplitsen is een strategie die vaak wordt toegepast om aan de uiteenlopende behoeftes tegemoet te komen, maar is geen garantie voor ‘genieten’. De mengeling van opluchting en intens verdriet in Senators eerste vakantie zonder haar oudste zoon, is on­mid­dellijk herkenbaar. Het is de ondraaglijke lichtheid van het bestaan als je voor het eerst in jaren niet beducht hoeft te zijn op onvoorspelbare gebeurtenissen. Dit maakt ook pijnlijk duidelijk hoezeer ouders gewend raken aan anticiperen – en hoeveel energie dat vergt.

Hoe zorgen ouders dus voor zichzelf? Voor de geïnterviewde ouders zijn hobby’s méér dan een es­cape; ze helpen het dagelijks geploeter te verwerken en verbeteren zo de kwaliteit van leven. Afstand nemen schept ruimte voor nieuw inzicht, maar hoe meer je zorgt, hoe moeilijker het is om uit de zorg-modus te stappen. Moeders met jonge kinderen kennen dat, en wanneer kinderen langer dan gebruikelijk hun ouders intensief nodig hebben, ligt samenvallen met het kind op de loer. Wees daarop alert, zegt Senator, en besteed extra aandacht aan het welbevinden van die ouders.

Wanneer het thuis moeizamer gaat, vervagen Senators vriendschappen. Pas achteraf merkt ze hoe zij zichzelf in een cocon heeft teruggetrokken. ‘Hoe zou dat komen?’, vraagt zij zich af. De vinger op de zere plek wat mij betreft. Misschien maken ouders hun leefwereld kleiner uit behoefte aan veiligheid en overzicht? Senator ont­wikkelde uiteenlopende strategieën om isolatie te voorkomen. En als ze dan toch blijft zwelgen in zelf­medelijden en schuldgevoel, en denkt niet gemist te kunnen worden, dan pakt ze haar lijstje met ‘Keys to the Universe’ (98): kleine geneugten die de spiraal doorbreken. Typisch een lijstje om ouders te laten maken in goede tijden.

Toekomstperspectief

Senators zoon gaat met achttien jaar naar een beschermde woonplek. Na een periode van verdriet komt er enorm veel energie vrij. Al wonen haar twee andere puberzonen nog thuis, ze is niet meer belast met intensieve zorg en geniet met volle teugen van de flexibiliteit in haar gezin. Toch smeult op de achtergrond het schuldgevoel: hoe durft ze zoveel plezier te hebben terwijl haar oudste er niet bij is… Een andere moeder vertelt dat zij hun zoon al op jonge leeftijd uit huis plaatsten, en bekent het toegewijde zorgen niet meer op te brengen als hij een weekend thuiskomt. Senator herkent dat en voelt zich er schuldig over.

Het lijkt mij eerder een typisch voorbeeld van verlies van routine dan van egocentrisme. Als je niet meer vertrouwd bent met de specifieke aanpak die autisme vergt, kost het veel moeite om je kind te begrijpen – en doe je te weinig goede ouder-ervaringen op. Dat laatste punt krijgt vaak, denk ik, on­voldoende aandacht: routineverlies hindert de ouder van een uit huis geplaatst kind bij het ‘gewoon ouderen’. Daar staat tegenover dat die ouder zich een betere ouder voelt van de andere kinderen: eindelijk komen ook zij aan hun trekken.

Voor de geïnterviewde ouders hangt veel pijn van het loslaten samen met bijstellen van toekomst­plaatjes in het hoofd. Dat is niet gemakkelijk als je kind begeleid woont en dozen vouwt bij de piz­zatent. Op het moment dat Senator volwassen autisten leert kennen die min of meer hun weg ge­vonden hebben, veranderen haar opvattingen over ‘normaal’ en ‘hoog functionerend’. Ze sti­muleert ouders hun kinderen te begeleiden naar onafhankelijkheid, want: ‘In terms of our own happiness as parents, what could be a better achievement than our children’s independence and competence in the outside world?’ (173) Veel volwassen autisten blijven echter hulp nodig hebben, georganiseerd of ‘spontaan’, waarbij een goed netwerk – nu niet rond de ouders, maar rond de volwassen autist – onontbeerlijk is.

Relativerende conclusies

Aan het eind biecht Senator op dat ze het geheim van ‘creating a balanced and happy life while raising a child with autism’, de ondertitel van het boek, niet gevonden heeft. Leren relativeren helpt, de warmte van goede vriendschappen, het comfortabele gevoel van een veilige plek, troost vinden in schoonheid, en de vele mogelijkheden om jezelf een – groot of klein – plezier te doen: allemaal samen maakt dat het leven draaglijk. Haar conclusie dat je jezelf niet hoeft in te leveren voor het geluk van je kind is natuurlijk waar, maar biedt weinig houvast aan ouders die het slagveld nog niet overzien.

Deze overlevingsgids is een waardevolle poging om kennis te delen en ouders een hart onder de riem te steken, maar het is geen wegwijzer. Daarom vroeg ik hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie Van der Gaag naar de plannen voor Zorgprogramma’s Autisme. Deze behandeltrajecten zijn gebaseerd op de richtlijnen van de NVvP. Op basis van best practices helpen ze 80% van de kinderen (en hun ou­ders) adequaat op weg. Enthousiast meldt Van der Gaag dat ze inmiddels beschikbaar zijn voor alle GGZ-instellingen en dat men nu ook samenwerkt met het NICE instituut in Londen. ‘Fantastisch’, mailde ik terug, ‘dan hoeven ouders niet meer zo lang meer in het duister te tasten. Maar hoe komt het dat ik daar in de praktijk nog zo weinig van merk?’ Van der Gaag zegt dat, tot zijn spijt, uit de evaluatie blijkt dat slechts 20% de zorgprogramma’s toepast. Vindt de rest het niet nodig, geloven ze er niet in, of hebben ze eigen ideeën over wat wel of niet werkt? We weten het niet. Ouderbegeleiders kunnen hun borst natmaken: voorlopig gewoon door-survivallen.

Deze boekbespreking is gemaakt voor het tijdschrift Ouderschapskennis en verscheen in nummer 14.1

Zie ook het blog van Susan Senator en haar eerdere boek Making peace with autism .

Gepost in Nieuws | Getagged , , , , , | Plaats een reactie

Ted filmpje

Humorvolle presentatie over de combinatie ouders & geluk. Echtpaar bespreekt 4 taboes waar je het als ouders nooit over hebt en waarom dat beter zou zijn om dat wel te doen. Aanrader.

Gepost in Nieuws | Getagged , , , , | Plaats een reactie

7 november 2011: Autismecafé Kampen

Ook in Kampen is een autismecafé gestart, wat goed! De avond waarop ik te gast ben staat het thema ‘Vakanties en feestdagen’ centraal. Daar kan ik wel een en ander over vertellen weet iedereen die IJskastmoeder gelezen heeft ;-) Kijk voor meer informatie op www.autismecafe.nl

Gepost in Agenda | Getagged , , , , , | Plaats een reactie

Opvoeden in spagaat – over omgaan met brusjes

Wanneer je kind autisme heeft gaat er vanzelfsprekend veel tijd en aandacht naar de specifieke behoeftes van dat bijzondere kind. Maar hoe ga je om met de behoeftes van je andere kind(eren) die er vaak haaks op staan?

In deze lezing gaan kennis overdragen en ervaringen uitwisselen hand in hand. Geen pasklare oplossingen voor ouders maar een aanmoediging om te onderzoeken hoe er meerdere wegen naar Rome leiden. Mail naar info@metamama.nl voor meer informatie.

Gepost in Cursussen | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Knuffel

Ze knuffelt me bijna plat als ik zeg dat ze naar boven moet gaan omdat het hoogste bedtijd is. Jaja, denk ik, uitstelgedrag, toe nou maar, naar boven toe, al geniet ik ook van dat altijd overstromende vat vol liefde. “Ma-ham, kom je nog even?” klinkt het even later vanuit de badkamer. Hè wat doet ze dat toch goed de laatste tijd, denk ik trots als ik naar haar toe loop. Babbel-de-babbel blijkt ze nog helemaal niet uitgekleed en ook de tanden zijn nog niet gepoetst. “Ik vond het zo ongezellig, zo alleen, dus ik wou jou graag even de buurt” fleemt ze.

Negeneneenhalf is ze nu, dat is al bijna tien, dan heb ik straks twéé tieners, bedenk ik me terwijl ik haar gadesla vanaf de badrand. In haar kamer staan de pluche beesten rijendik knus zij aan zij. Pal onder glamoureuze popsterrenposters uit de Tina en de Meiden Magazine. Ze ziet ze niet. Ze kijkt alleen naar mij. Haar stralende lach maakt de kuiltjes in haar wangen diep als deuken. Jaja, natuurlijk krijg je nog een knuffel, graag zelfs want ik heb ‘r nog nauwelijks gezien vandaag. Zo gaat dat, als ze groter worden. Ze fietst zelf naar school, belt vanaf het schoolplein of ze mag spelen bij Louise en hopla dan is het alweer bedtijd. Ik voel haar armen stevig om mijn middel, ze duwt haar hoofd tegen mijn borst, ze past nog ruim onder mijn kin. Ik til haar op, ze slaat haar benen om me heen, ik houd haar nog gemakkelijk, we stijgen bijna op. “Wat ben je toch lief, ik hou van jou” murmelt ze in mijn oor. Ik moet uitkijken dat de weekmakers mijn knieën niet doen verslappen. Als ze in haar hoogslaper klimt kijkt ze nog even om. “Hoe komt het toch dat ik jou zo lief vind, dat ik zó veel van jou hou, terwijl de moeder van Louise ook heel lief is. Maar van jou hou ik zoveel meer!”

Mooie vraag. Mijn antwoord dat wij bij elkaar horen, bevredigt eigenlijk niet als ik beneden op de bank naar het journaal kijk. Ik weet ook niet hoe dat werkt met houden van en onvoorwaardelijke liefde. Over een paar jaar houdt ze een tijdje wat minder van me, schat ik in. Later durft ze misschien weer te voelen wat ons bindt. Of misschien knelt de familieband te hard en zoekt ze worstelend een uitgang. Ik weet het niet. Voordat ik helemaal in de knoop raak, besluit ik te genieten van wat er is. Het is een heerlijk meisje, en dat is het!

Gepost in Blog | Getagged , , , | Plaats een reactie

Lief

“Ik vind je lief” en mijn jongste van acht vlijt zich genoeglijk tegen me aan. We zoeven over de snelweg, het schemert, de lantaarnpalen zijn net aangefloept en we moeten nog dik een half uur voor we thuis zijn. Gezellig zo samen in de auto. “Ik vind jou ook lief” Het komt uit mijn tenen. Ik doe mijn best om dit soort woorden niet op de automatische piloot uit mijn mond te laten rollen. Soms ontkom je er niet aan maar deze keer is het echt helemaal echt. Konden we nog maar uren zo doorrijden, weg van alle dagdagelijkse gedoe. Waarom vind ik haar eigenlijk zo lief? Laat me dat eens hardop uitspreken al ben ik dat van huis uit niet gewend. Aarzelend zoek ik woorden die haar recht doen en die tegelijkertijd geen druk veroorzaken want daar is ze op dit moment megagevoelig voor. “Ik vind jou zo lief om je lieve lach, om je vrolijkheid, om je muzikaliteit, om hoe je gegrepen kunt zijn door een boek, om je grappige gehuppel, om je behulpzaamheid, om je slimheid, om je zelf opstaan met de wekker en je heerlijke geknuffel” liefkoosplaag ik haar. Ze wentelt zich behaaglijk in al dat heerlijks.

Ze hoeft niks terug te zeggen, maar ze doet het wel. “En ik vind jou lief om je lieve lach, om je halfvolle glas, om je krulharen, om je mooie ogen en dat je je bril alleen in de auto opdoet want ik hou zo van je ogen en zonder bril zie ik ze beter, om je werk dat je doet met ouders want het is ook voor ons belangrijk dat je zo leert hoe je moet opvoeden, om je man want anders had ik niet zo’n leuke papa, omdat je kinderen wilde  krijgen want anders was ik nooit geboren, om je agressiviteit vanbinnen die als vuurwerk kan ontploffen want ik hou van vuurwerk, ja zelfs hou ik van je boosheid want je bent mijn mama en ik hou van alles wat bij jou hoort. ”

Pff, wat een portret. Dat kind van mij en haar rake beschrijving. Ik schrik van haar laatste ontboezeming maar meer nog gloei ik van geluk. Onvoorwaardelijke liefde.

Dat is wat het is.

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 7 Reacties

E-coaching

MetaMama ontwikkelt een module e-coaching voor ouders die zelfstandig (met een beetje online hulp) willen reflecteren op hun ouderschap. Aanmelden en starten kan dagelijks!

Gepost in Cursussen | Getagged , , | Plaats een reactie

Lente

Als ze ‘s middag thuiskomt in de druilerige regen
en ze laat d’r fiets gewoon maar vallen in de heg.
Ze smijt haar boeken in een hoek, en schopt ertegen
dan weet ik al genoeg maar ik kijk wel uit met wat ik zeg.

Hij heeft het uitgemaakt
Ik heb het aan zien komen
O, de eerste keer doet dat verschrikkelijk veel pijn!
Midden in de winter notabene, nu alle kleuren zijn verdwenen
nu de zon maar niet wil schijnen en het eeuwig donker lijkt.
Als ik het kon schoof ik de hemel voor je open.
Ik floot het fluitekruid zo uit de natte klei.
Ik haalde de kou uit de lucht,
ik joeg de winter op de vlucht,
ik zette een koe in de wei  en inene was het mei
en je verdriet was dan vergeten
en voorbij.

Als ik later thee wil komen brengen op d’r kamer,
roept ze door de deur ‘Ik hoef niks, laat me nou met rust!’
Wat vroeger met een pleister en een kus of een snoepje was verholpen
daar helpt nu geen lieve moeder meer
Dat is voorlopig niet gesust
Als het ik het kon blies ik die grijze zooi aan flarden.
Ik haalde vogels uit het zuiden voor je terug.
Ik pleurde een ei in een nest en ik zei ‘Kom op je doet je best maar,
we moeten lente hebben en een beetje vlug!’
Na elke winter is er altijd weer een lente,
het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
De eerste merel die fluit, de eerste knoppen schieten uit.
En ook al geloof je me niet,
opeens verdwijnt je verdriet.
Het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
D’r komen zoveel nieuwe lentes,
zoveel nieuwe zomers ,
en zoveel nieuwe liefdes voor je aan.

Tekst&Muziek Brigitte Kaandorp, uit de show Zó

Gepost in Muziek | Getagged , , , , , | 11 Reacties

Luister je?

‘Ma-ham, luister je wel?’ klinkt het doordringend naast me. ‘Jazeker, ik hoor je luid en duidelijk’ zeg ik monter terwijl ik ons met de auto door het drukke spitsverkeer loods. ‘Nou dus toen zei Marieke…’ Naast me babbelt dochter Estelle van acht over de gebruikelijke schoolpleinperikelen. Met een half oor hoor ik het aan, ondertussen kijk ik in gedachten de keukenkast door en broed op het gesprek dat ik vanochtend met een stel ouders voerde. Multitasken is een tweede natuur geworden. Oeps, bijna een fietser over het hoofd gezien, even de aandacht erbij houden. ‘Dat is toch niet normaal?!’ klinkt er verontwaardigd naast me. Vragend kijkt ze me aan, of ik daar mijn gefundeerde mening maar even over wil geven. ‘Tja, dat hangt er vanaf’ probeer ik laf. Maar ik val genadeloos door de mand ‘je hebt helemaal niet zitten luisteren hè, nou ik zal je nog ’s wat vertellen’. Boos keert ze zich van me af. Ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk.

Bij de thee probeer ik het goed te maken. ‘Wat was er nou precies gebeurd met Marieke?’ Ze heeft weinig aansporing nodig om het verhaal opnieuw te vertellen, het zit haar blijkbaar hoog. Ik dwaal al snel af. Het is alsof ik mijn eigen worsteling als kind terughoor. Lastig hoor als je behept bent met een groot rechtvaardigheidsgevoel, ik zou niet weten hoe ik mijn kind daarin goede raad kan geven. En Estelle is zelf trouwens ook een pittige tante dus laten we haar eigen aandeel in het geruzie niet onderschatten, denk ik nog als ‘Dat is toch niet normaal?!’ het einde van haar verhaal aankondigt. ‘Tja, of het normaal is of niet, dat is moeilijk te zeggen, ik was er natuurlijk niet bij.’ Boos loopt ze weg.  ‘Daar gaat het toch helemaal niet over!’ roept ze terwijl ze de trap op stampt.

Als ik haar ’s avonds instop ga ik nog even bij haar liggen. Zwijgend hou ik haar in mijn armen als ze zachtjes begint te huilen. Zwijgend hoor ik haar aan als ze vertelt hoe ze haar oude vriendinnen mist op haar nieuwe school. En ik snap dat ze daar boos en opstandig van wordt, al kan ik daar verder niks aan doen. Behalve luisteren, écht luisteren en haar laten voelen dat ze er mag zijn. Ik ben blij dat ze zo dapper was om mij tot drie keer toe die kans te geven.

Moeder Belt door Kees Torn, schoolvoorbeeld niet-luisteren

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 10 Reacties

Familieomstandigheden

Vroeger kwam ik veel over de vloer bij wat in mijn ogen Het Ideale Gezin was. Een zoete inval, warme moeder, hecht en toch elkaars ruimte respecterend, aan tafel ging het over politiek & cultuur, feesten tot in de kleine uurtjes maar ook lome zwijgzame zondagmiddagen met een boek en een pot thee in de bloemige tuin. Toen de kinderen twintigers werden kregen de zussen ruzie omdat ze elkaars partner niet zagen zitten. De vader nam het op voor de oudste. De jongste ontplofte, zei dat ze vroeger al nooit gezien werd zoals ze was en geen voet meer over de drempel zou zetten. Met terugwerkende kracht viel de idylle van het gelukkige gezin in duigen.

In mijn spreekkamer zijn de ellendige familieverhalen eerder regel dan uitzondering. Ook daarbuiten valt het me op dat elke volwassene wel een barst in zijn familiegeschiedenis heeft. De irritant dominante moeder, het eeuwig jaloerse zusje, de verstoten oom, de tijdslurpende hobby van vader, het openlijke geheim dat opa zijn weekgeld opzoop of de getraumatiseerde tante die bij voorkeur ’s nachts een beroep op hulp deed. Zelden wordt erover verteld met een glimlach om de mond. Vrijwel altijd zijn het splijtzwammen die het hechte gezin van weleer uiteen doen rijten. Wegens familieomstandigheden uit elkaar gevallen. Soms met leukoplast provisorisch gerestaureerd. Als niemand er aan peutert blijft het nog jaren bijeen.

Wat is het geheim van het lang houdbare gezin? Is alle moeite die ik doe voor mijn meiden uiteindelijk parels voor de zwijnen? Strikt genomen weet ik immers niet waar ze me later mee om de oren zullen slaan dus is het maar de vraag of het allemaal de moeite waard is. Ik doe mijn best maar als ik om me heen kijk is het op de lange termijn zelden genoeg. Passen bloedbanden en familietrouw niet langer bij onze compacte kerngezinnen? Of is het idee van kinderen grootbrengen dat je uiteindelijk het concept gezin loslaat en kijkt of er iets ander voor in de plaats kan komen? Op vrijwillige basis.

Misschien is het wel ritueel gemopper? Om het zoeken naar een eigen plek te rechtvaardigen. Is het gesteggel sinds mensenheugenis dat nu zoveel aandacht krijgt omdat we nog maar een paar decennia zelf verantwoordelijk zijn voor ons geluk. Wie het weet mag het zeggen.

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 23 Reacties