Tag Archieven: ouders

E-coaching

MetaMama ontwikkelt een module e-coaching voor ouders die zelfstandig (met een beetje online hulp) willen reflecteren op hun ouderschap. Aanmelden en starten kan dagelijks!

Gepost in Cursussen | Getagged , , | Plaats een reactie

Lente

Als ze ‘s middag thuiskomt in de druilerige regen
en ze laat d’r fiets gewoon maar vallen in de heg.
Ze smijt haar boeken in een hoek, en schopt ertegen
dan weet ik al genoeg maar ik kijk wel uit met wat ik zeg.

Hij heeft het uitgemaakt
Ik heb het aan zien komen
O, de eerste keer doet dat verschrikkelijk veel pijn!
Midden in de winter notabene, nu alle kleuren zijn verdwenen
nu de zon maar niet wil schijnen en het eeuwig donker lijkt.
Als ik het kon schoof ik de hemel voor je open.
Ik floot het fluitekruid zo uit de natte klei.
Ik haalde de kou uit de lucht,
ik joeg de winter op de vlucht,
ik zette een koe in de wei  en inene was het mei
en je verdriet was dan vergeten
en voorbij.

Als ik later thee wil komen brengen op d’r kamer,
roept ze door de deur ‘Ik hoef niks, laat me nou met rust!’
Wat vroeger met een pleister en een kus of een snoepje was verholpen
daar helpt nu geen lieve moeder meer
Dat is voorlopig niet gesust
Als het ik het kon blies ik die grijze zooi aan flarden.
Ik haalde vogels uit het zuiden voor je terug.
Ik pleurde een ei in een nest en ik zei ‘Kom op je doet je best maar,
we moeten lente hebben en een beetje vlug!’
Na elke winter is er altijd weer een lente,
het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
De eerste merel die fluit, de eerste knoppen schieten uit.
En ook al geloof je me niet,
opeens verdwijnt je verdriet.
Het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
D’r komen zoveel nieuwe lentes,
zoveel nieuwe zomers ,
en zoveel nieuwe liefdes voor je aan.

Tekst&Muziek Brigitte Kaandorp, uit de show Zó

Gepost in Muziek | Getagged , , , , , | 11 Reacties

Luister je?

‘Ma-ham, luister je wel?’ klinkt het doordringend naast me. ‘Jazeker, ik hoor je luid en duidelijk’ zeg ik monter terwijl ik ons met de auto door het drukke spitsverkeer loods. ‘Nou dus toen zei Marieke…’ Naast me babbelt dochter Estelle van acht over de gebruikelijke schoolpleinperikelen. Met een half oor hoor ik het aan, ondertussen kijk ik in gedachten de keukenkast door en broed op het gesprek dat ik vanochtend met een stel ouders voerde. Multitasken is een tweede natuur geworden. Oeps, bijna een fietser over het hoofd gezien, even de aandacht erbij houden. ‘Dat is toch niet normaal?!’ klinkt er verontwaardigd naast me. Vragend kijkt ze me aan, of ik daar mijn gefundeerde mening maar even over wil geven. ‘Tja, dat hangt er vanaf’ probeer ik laf. Maar ik val genadeloos door de mand ‘je hebt helemaal niet zitten luisteren hè, nou ik zal je nog ’s wat vertellen’. Boos keert ze zich van me af. Ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk.

Bij de thee probeer ik het goed te maken. ‘Wat was er nou precies gebeurd met Marieke?’ Ze heeft weinig aansporing nodig om het verhaal opnieuw te vertellen, het zit haar blijkbaar hoog. Ik dwaal al snel af. Het is alsof ik mijn eigen worsteling als kind terughoor. Lastig hoor als je behept bent met een groot rechtvaardigheidsgevoel, ik zou niet weten hoe ik mijn kind daarin goede raad kan geven. En Estelle is zelf trouwens ook een pittige tante dus laten we haar eigen aandeel in het geruzie niet onderschatten, denk ik nog als ‘Dat is toch niet normaal?!’ het einde van haar verhaal aankondigt. ‘Tja, of het normaal is of niet, dat is moeilijk te zeggen, ik was er natuurlijk niet bij.’ Boos loopt ze weg.  ‘Daar gaat het toch helemaal niet over!’ roept ze terwijl ze de trap op stampt.

Als ik haar ’s avonds instop ga ik nog even bij haar liggen. Zwijgend hou ik haar in mijn armen als ze zachtjes begint te huilen. Zwijgend hoor ik haar aan als ze vertelt hoe ze haar oude vriendinnen mist op haar nieuwe school. En ik snap dat ze daar boos en opstandig van wordt, al kan ik daar verder niks aan doen. Behalve luisteren, écht luisteren en haar laten voelen dat ze er mag zijn. Ik ben blij dat ze zo dapper was om mij tot drie keer toe die kans te geven.

Moeder Belt door Kees Torn, schoolvoorbeeld niet-luisteren

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 10 Reacties

Familieomstandigheden

Vroeger kwam ik veel over de vloer bij wat in mijn ogen Het Ideale Gezin was. Een zoete inval, warme moeder, hecht en toch elkaars ruimte respecterend, aan tafel ging het over politiek & cultuur, feesten tot in de kleine uurtjes maar ook lome zwijgzame zondagmiddagen met een boek en een pot thee in de bloemige tuin. Toen de kinderen twintigers werden kregen de zussen ruzie omdat ze elkaars partner niet zagen zitten. De vader nam het op voor de oudste. De jongste ontplofte, zei dat ze vroeger al nooit gezien werd zoals ze was en geen voet meer over de drempel zou zetten. Met terugwerkende kracht viel de idylle van het gelukkige gezin in duigen.

In mijn spreekkamer zijn de ellendige familieverhalen eerder regel dan uitzondering. Ook daarbuiten valt het me op dat elke volwassene wel een barst in zijn familiegeschiedenis heeft. De irritant dominante moeder, het eeuwig jaloerse zusje, de verstoten oom, de tijdslurpende hobby van vader, het openlijke geheim dat opa zijn weekgeld opzoop of de getraumatiseerde tante die bij voorkeur ’s nachts een beroep op hulp deed. Zelden wordt erover verteld met een glimlach om de mond. Vrijwel altijd zijn het splijtzwammen die het hechte gezin van weleer uiteen doen rijten. Wegens familieomstandigheden uit elkaar gevallen. Soms met leukoplast provisorisch gerestaureerd. Als niemand er aan peutert blijft het nog jaren bijeen.

Wat is het geheim van het lang houdbare gezin? Is alle moeite die ik doe voor mijn meiden uiteindelijk parels voor de zwijnen? Strikt genomen weet ik immers niet waar ze me later mee om de oren zullen slaan dus is het maar de vraag of het allemaal de moeite waard is. Ik doe mijn best maar als ik om me heen kijk is het op de lange termijn zelden genoeg. Passen bloedbanden en familietrouw niet langer bij onze compacte kerngezinnen? Of is het idee van kinderen grootbrengen dat je uiteindelijk het concept gezin loslaat en kijkt of er iets ander voor in de plaats kan komen? Op vrijwillige basis.

Misschien is het wel ritueel gemopper? Om het zoeken naar een eigen plek te rechtvaardigen. Is het gesteggel sinds mensenheugenis dat nu zoveel aandacht krijgt omdat we nog maar een paar decennia zelf verantwoordelijk zijn voor ons geluk. Wie het weet mag het zeggen.

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 23 Reacties

Gezellig!

‘Maar zo wil ik het niet. Ik had het me anders voorgesteld!’ Huilend zit ze tegenover me. Met moeite slik ik mijn eigen tranen weg, want o wat is dat herkenbaar. Deze moeder wil helemaal niks geks. Ze wil spelletjes doen, kletsen, knutselen, kneuteren en het samen gezellig maken op een vrije dag. Maar telkens weer draait het uit op ruzie, op gedoe, wil de een niet wat de ander wil en voor ze het weet is ze aan het schipperen en politie-agent spelen en is de knusheid ver te zoeken. Toen ik haar vroeg hoe ze haar verlangen naar gezelligheid op een andere manier vorm kon geven brak ik haar laatste strohalm. Weg is de hoop dat ik haar tips ga geven hoe ze de kinderen gezellig samen kan laten spelen. Haar gezicht is  één groot vraagteken want ze kan het zich niet anders voorstellen. ‘Hoe zou het bijvoorbeeld zijn als je man iets met Jikke gaat doen en jij met de meiden? Of andersom.’ En dan wordt haar plots duidelijk met welke verwachtingen ze leeft.

 ’Misschien werkt het niet op die manier in jouw gezin?’ ‘Maar dat wil ik niet. Ik wil niet dat het zo is.’ Dat begrijp ik, dat ze dat niet wil. Maar de situatie is zoals die is. Hoe lang blijf je vechten om aan het ideaalplaatje te voldoen? Hoeveel energie kost het om telkens weer het onhaalbare na te streven? Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan dat je je verwachtingen moet bijstellen. Zolang het voelt als capituleren gaat dat niet lukken. ‘En als het niet gaat zoals jij had gehoopt, word je dan boos?’ ‘Ja natuurlijk. Want ik doe mijn best om het gezellig te maken en binnen tien minuten hebben we alweer ruzie en dan moeten we nog de hele dag.’ ‘Gij zult gezellig doen!’ bas ik met zware stem. Door haar tranen heen schiet ze in de lach. We hebben een ingang.

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 15 Reacties

Herhalen

De dag is amper twintig minuten oud of de dames vechten elkaar al de tent uit. Ondertussen smeer ik onverstoorbaar de boterhammen voor de broodtrommels, ik kan dat ’s ochtends vroeg helemaal niet aan met mijn ochtendhumeur. Dus. Als het gekissebis niet ophoudt zoek ik mijn heil in een andere maatregel dan negeren: “Als je niks aardigs tegen elkaar kunt zeggen, dan zeg je maar niks. Vanaf nu wil ik dat het stil is en je doet alleen je mond open om er een boterham in te stoppen.” Ik doe mijn best niet boos te klinken, dan zou ik immers mijn eigen glazen ingooien. En zowaar, het werkt. Het is een paar minuten stil en daarna is het ontbijtklimaat een stuk vriendelijker. Hoe vaak heb ik deze zin al uitgesproken om vervolgens een tijdlang te scheidsrechteren over wat wel/niet aardig (bedoeld) was? Hoe vaak heb ik me afgevraagd of het überhaupt haalbare kaart was om twee van die haaibaaien op te voeden tot vriendelijke jongedames? Oefening baart kunst, dat blijkt maar weer.

Wat zou het heerlijk zijn als je als ouder alles maar één keer hoefde te zeggen en dat het dan meteen werkte. Dát zou een hoop tijd en ergernis schelen. Maar zo gaat het nooit. Helaas is het kenmerk van levend materiaal dat het al doende leert. Het spreekwoord mag dan luiden dat een ezel zich niet twee keer aan dezelfde steen stoot: voor het omvormen van een gewoonte staat een week of zes voordat het een beetje vanzelf gaat. Probeer maar eens hoe het is om te wennen aan het anders doen van iets eenvoudigs, bijvoorbeeld tandenpoetsen met links. Het aanleren van nieuwe gewoontes kost minstens zoveel tijd, bij kinderen al gauw een jaar of zeven lijkt het wel.

Dat doet me denken aan de wanhoop tijdens rijles toen bepaalde handelingen maar niet wilden inslijten terwijl de instructeur al zo vaak had gezegd dat… Maar dat is het ‘m, zeggen en doen is twee. Dus herhalen, herhalen, herhalen is wat we moeten doen om onze kinderen iets bij te brengen. Niet versagen, hou vol!

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 3 Reacties

Gezinsofferte

Na lang heen en weer gepraat zijn we er uit, we gaan samen in zee. Spannend, een hele nieuwe klus op een voor mij onbekend terrein. Ik denk wel dat ik het kan maar ik heb het nog nooit eerder gedaan. Voor de ander is ook nieuw dus het wordt samen pionieren. Of ik nog wel even een offerte wil maken? Ja natuurlijk, dat hoort er ook bij. Hoe schat ik in hoeveel tijd het me gaat kosten? Of moet ik aan de andere kant beginnen; hoeveel uur heb ik nog over om erin te steken? Maar kom ik daar dan mee uit? Zou het mogelijk zijn om het on the fly bij te stellen of zit ik vast aan de geraamde uren? Misschien kost het in het begin meer tijd en later minder. Of andersom? Als ik dat over het hele project uitmiddel zit ik het ene moment te krap in mijn tijd en dan weer te ruim. Misschien is het seizoen ook nog wel van invloed? Ik onderzoek maar wat variabelen…

Op alle timemanagmentcursussen en bij elke startersbijeenkomst voor beginnende ondernemers wordt het belang van een reële tijdinschatting erin gehamerd. En hou daarbij ook rekening met de zogenaamde indicrecte niet declarable uren. Zorg bovendien voor afwisseling want eenzijdigheid leidt tot minder productiviteit. Waarvan akte. Nu over naar de werkvloer van ouders. Hoe schatten zij in hun tijd te verdelen? “We zien wel, dat kunnen we nu toch nog niet weten?”, zeggen de meeste ouders in spé als ze de klus net binnen hebben gehaald en een vermoeden van de startdatum hebben. Ze gaan gewoon allebei – al dan niet tijdelijk – een dag minder werken en dan moet het lukken, toch?

Hoe zou je een urenofferte voor je gezin kunnen maken? De meeste mensen starten een gezin met een compagnon, dat maakt de taakverdeling eenvoudiger maar het  vergt wel enige afstemming.
* Ik werk x uur,
* ik heb y tijd nodig voor ontspanning,
* met/zonder werkster kost het huishouden me z,
* familie en vrienden zie ik graag eens in de zoveel tijd
* dan hou ik — over om voor de kinderen te zorgen.
De partner doet dezelfde rekensom en dan maar kijken of het past. Als het niet past weeg je af hoeveel externe hulp je inschakelt en of dat past bij jou, de kinderen, jullie portomonnee en je idealen. Dat kan overigens anders uitpakken na verloop van tijd. Dan is het tijd om opnieuw te wikken en wegen hoe je de balans in evenwicht krijgt.

Te ingewikkeld? Je kunt ook aan de andere kant beginnen; kinderen zijn er 7 dagen in de week, 24 uur per dag. Als je dat deelt door 2 – of een ander getal naar draagkracht – blijft over wat elke ouder te besteden heeft aan andere zaken en moet je het samen eens worden in hoeveel uren er hoeveel geld verdiend moet worden. Te zakelijk? Als je aan een nieuwe baan begint schat je in of je de klus kan klaren met de uren die je ervoor krijgt en of het loon in verhouding staat tot de gevraagde verantwoordelijkheid. Het scheelt frustratie en ergernis als je verwachting overeenkomt met de werkelijkheid. Je voldoening is bovendien groter en de kwaliteit van je werk is hoger als uren, werk en beloning met elkaar in evenwicht zijn. Zou dat thuis echt anders zijn?

Gepost in Blog | Getagged , , , | 8 Reacties

Opstaan!

“Ze is ‘s ochtends nog niet met tien stokken uit bed te krijgen. Niet dat ik een stok gebruik hoor maar bij wijze van spreken. Of ik haar nu vijf keer of tien keer roep, het maakt niet uit. Pas op de laatste nipper staat ze op. En ja, dan is het haast-haast en een hoop gemopper. Van haar, van mij – nou lekker begin van de dag, ook goedemorgen.” Haar ogen spuwen vuur, haar mond vertrokken tot een dunne streep. De goedmoedige moeder die bij me binnenstapte is nauwelijks herkenbaar. “Echt, ik heb alles al geprobeerd, maar niks werkt.” Inmiddels is de toon verongelijkt, alsof haar zevenjarige dochter haar groot onrecht aandoet. Dan valt ze stil. Ze leunt verslagen achterover. Zeg jij het maar, spreekt haar lichaamstaal. Dat is altijd een moeilijk moment bij de gesprekken die ik voer. De trukendoos is zó opengetrokken maar het is zelden de oplossing van het probleem waar de ouder mee worstelt.

Hoe gaat het als vader het doet? (hetzelfde) Hoeveel tijd is er ‘s ochtends? (genoeg) Komen de andere kinderen wél gemakkelijk uit bed? (geen probleem) Hoe gaat het op school? (goed) Wanneer gaat het wel goed? (nooit, of eigenlijk alleen in het weekend) Hé, een aanknopingspunt. ‘Wat maakt dat het in het weekend wel goed gaat?’ “Ja nogal wiedes, dan mag ze zelf bepalen wanneer ze opstaat.” Als vanzelf rolt het eruit. ‘Heeft ze dat vaker, dat ze graag haar eigen tempo bepaalt?’ “Je bedoelt…”, de automatische antwoordpiloot stokt en het is ontroerend om te zien hoe de moeder een handvat vindt waar ze mee uit de voeten kan.

‘Ik heb nog één vraag’, zeg ik haar als ze een plan van aanpak geformuleerd heeft. ‘Wat maakt je zo boos in deze situatie?’, geen fijne vraag als je denkt dat je klaar bent, ik weet het, maar de buitenproportionele woede aan het begin van het gesprek houdt me nog bezig. Gegeneerd kijkt ze me aan. “Mijn coach op het werk vroeg me dat laatst ook al. Blijkbaar een thema. Je komt jezelf ook overal weer tegen hè?”

plaatje: Sebastiaan van Doninck

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 6 Reacties

Moeder-instinct

“Volgens mij krijgt de poes jongen.” Mijn man gelooft er niks van ‘ze is toch aan de pil, dat gaat heus wel goed.’ Maar ik heb mijn twijfels, ze is zo dichtbij-ig, ze ligt steeds languit en volslagen voor pampus op de bank en bovendien voel ik haar tepels plotseling terwijl me die nooit eerder waren opgevallen. Als twee weken later de dierenarts mijn vermoeden bevestigt barst de plaatsvervangende nesteldrang bij mij in alle hevigheid los. Ik lees poezenboeken, denk over nestkisten en loop met poezenogen door het huis op zoek naar een geschikt plekje om te bevallen. Ook al is het nog lang niet zo ver, echt ver weg is het niet want poezen – zo hoorden we tot onze grote schrik – dragen maar negen weken.

Als manlief een doos prepareert die uit de supermarkt is meegekomen scheld ik hem de huid vol; ‘die is niet goed, ik had toch gezegd dat het een bananendoos moest zijn?!’ De heftigheid waarmee ik reageer verbaast me, maar het komt van diep. Verdorie, er is toch iemand die voor onze Mobje moet opkomen. Ze is ook nog zo jong, amper 15 maanden, het is toch geen leeftijd voor een moeder. Zou ze wel weten wat er aan de hand is, zou ze straks wel snappen wat er van haar verwacht wordt?

Het is een wonderlijk soort verantwoordelijkheidgevoel dat me bevangt. Tegelijkertijd  is het overduidelijk dat poeslief voor het kroost gaat zorgen. Geen haar op mijn hoofd dat ik dat van haar ga overnemen. Maar ik wil zo graag dat het haar goed gaat, dat ze niets tekort komt, dat het allemaal een beetje soepel gaat. Zou ik dat later als oma precies zo ga ervaren? Ik begin een heel klein beetje te begrijpen welke vreugde en zorgen en er bij het grootouderschap horen. Hoe ik dan met argusogen en een rugzak vol ervaring toekijk hoe mijn dochters zelf het wiel aan het uitvinden zijn. Zou ik dan mijn mond kunnen houden of is het juist goed om de opgedane ervaring te delen?

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 8 Reacties

Zo zijn onze manieren

Routineus vul ik tijdens het ontbijt de trommels met bruine boterhammen, één met kaas, en bij wijze van concessie één met chocopasta. Dan nog de drinkbekers en een stuk fruit en ze kunnen er weer een hele schooldag tegenaan. Tevreden sorteer ik de stapeltjes uit. Dat heeft deze moeder weer mooi voor elkaar. “Mama, mag ik een koek mee?” Pardon, waar komt dat opeens vandaan? “Iedereen heeft altijd een koek mee en wij nooit. Wij hebben altijd fruit, ik wil ook een koek mee naar school.” Iedereen – altijd, galmt het na in mijn hoofd. Hebben kinderen op deze leeftijd wel vaker last van, het is aan mij om dat te relativeren. Aan de andere kant, misschien ben ik wel te braaf? Grijpen moderne ouders inderdaad een pakje drinken en een voorverpakte koek uit de lang houdbare voorraad en is iedereen blij. De stilte duurt al te lang, ik moet nú antwoord geven. “Nee schat, zo doen wij dat niet.”

Wat zeg ik nu? Heeft het Balkenende-virus mij te pakken met zijn ‘zo zijn onze manieren’ of snijdt het hout wat ik zeg? Gister ook al toen we met zijn allen naar de film gingen en mijn oudste zei “há dan gaan we lekker popcorn kopen” want dat had ze laatst met een vriendje ook gedaan. Als vanzelf floepte “nee meis, wij eten niet onder de film” eruit. “Oh ja”, zei ze en daarmee was de kous af. Zeven en negen zijn ze nu, die meiden van mij. Ze kleden zichzelf aan, zijn zindelijk geworden, zeggen dankjewel en alsjeblieft, onthouden afspraken en regels (meestal) en zijn vertrouwd met het ritme van de dag, de week, het jaar. Dat is alvast gelukt. De discussies gaan nu over waarom we het doen zoals we het doen. “Iedereen mag Nickolodeon en Jetix kijken”, “iedereen gaat pas om negen uur naar bed”, “iedereen mag oorbellen”, “alle meisjes uit mijn klas zitten op paardrijden” en “iedereen eet elke week patat”.

Terug naar “iedereen heeft altijd een koek mee naar school”. Waarschijnlijk zijn wij het laatste huishouden op aarde dat geen koeken in huis heeft dus het antwoord is eenvoudig maar daar gaat het Estelle natuurlijk niet om. Ze wil erbij horen, niet afwijken én iets lekkers bovendien. Ik wil haar gezond laten eten, niet buigen voor de groepsdruk en misschien wil ik ook nog wel het goede voorbeeld geven. Maar ik ben de beroerdste niet en mijn meisje begrijpt ook best waarom fruit gezonder is. Elke vrijdag een koek mee is het compromis waar we ons beiden in kunnen vinden. Zo doen wij dat.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 10 Reacties