Tag Archieven: verwachtingen

Ted filmpje

Humorvolle presentatie over de combinatie ouders & geluk. Echtpaar bespreekt 4 taboes waar je het als ouders nooit over hebt en waarom dat beter zou zijn om dat wel te doen. Aanrader.

Gepost in Nieuws | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Gezellig!

‘Maar zo wil ik het niet. Ik had het me anders voorgesteld!’ Huilend zit ze tegenover me. Met moeite slik ik mijn eigen tranen weg, want o wat is dat herkenbaar. Deze moeder wil helemaal niks geks. Ze wil spelletjes doen, kletsen, knutselen, kneuteren en het samen gezellig maken op een vrije dag. Maar telkens weer draait het uit op ruzie, op gedoe, wil de een niet wat de ander wil en voor ze het weet is ze aan het schipperen en politie-agent spelen en is de knusheid ver te zoeken. Toen ik haar vroeg hoe ze haar verlangen naar gezelligheid op een andere manier vorm kon geven brak ik haar laatste strohalm. Weg is de hoop dat ik haar tips ga geven hoe ze de kinderen gezellig samen kan laten spelen. Haar gezicht is  één groot vraagteken want ze kan het zich niet anders voorstellen. ‘Hoe zou het bijvoorbeeld zijn als je man iets met Jikke gaat doen en jij met de meiden? Of andersom.’ En dan wordt haar plots duidelijk met welke verwachtingen ze leeft.

 ’Misschien werkt het niet op die manier in jouw gezin?’ ‘Maar dat wil ik niet. Ik wil niet dat het zo is.’ Dat begrijp ik, dat ze dat niet wil. Maar de situatie is zoals die is. Hoe lang blijf je vechten om aan het ideaalplaatje te voldoen? Hoeveel energie kost het om telkens weer het onhaalbare na te streven? Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan dat je je verwachtingen moet bijstellen. Zolang het voelt als capituleren gaat dat niet lukken. ‘En als het niet gaat zoals jij had gehoopt, word je dan boos?’ ‘Ja natuurlijk. Want ik doe mijn best om het gezellig te maken en binnen tien minuten hebben we alweer ruzie en dan moeten we nog de hele dag.’ ‘Gij zult gezellig doen!’ bas ik met zware stem. Door haar tranen heen schiet ze in de lach. We hebben een ingang.

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 15 Reacties

Opstaan!

“Ze is ‘s ochtends nog niet met tien stokken uit bed te krijgen. Niet dat ik een stok gebruik hoor maar bij wijze van spreken. Of ik haar nu vijf keer of tien keer roep, het maakt niet uit. Pas op de laatste nipper staat ze op. En ja, dan is het haast-haast en een hoop gemopper. Van haar, van mij – nou lekker begin van de dag, ook goedemorgen.” Haar ogen spuwen vuur, haar mond vertrokken tot een dunne streep. De goedmoedige moeder die bij me binnenstapte is nauwelijks herkenbaar. “Echt, ik heb alles al geprobeerd, maar niks werkt.” Inmiddels is de toon verongelijkt, alsof haar zevenjarige dochter haar groot onrecht aandoet. Dan valt ze stil. Ze leunt verslagen achterover. Zeg jij het maar, spreekt haar lichaamstaal. Dat is altijd een moeilijk moment bij de gesprekken die ik voer. De trukendoos is zó opengetrokken maar het is zelden de oplossing van het probleem waar de ouder mee worstelt.

Hoe gaat het als vader het doet? (hetzelfde) Hoeveel tijd is er ‘s ochtends? (genoeg) Komen de andere kinderen wél gemakkelijk uit bed? (geen probleem) Hoe gaat het op school? (goed) Wanneer gaat het wel goed? (nooit, of eigenlijk alleen in het weekend) Hé, een aanknopingspunt. ‘Wat maakt dat het in het weekend wel goed gaat?’ “Ja nogal wiedes, dan mag ze zelf bepalen wanneer ze opstaat.” Als vanzelf rolt het eruit. ‘Heeft ze dat vaker, dat ze graag haar eigen tempo bepaalt?’ “Je bedoelt…”, de automatische antwoordpiloot stokt en het is ontroerend om te zien hoe de moeder een handvat vindt waar ze mee uit de voeten kan.

‘Ik heb nog één vraag’, zeg ik haar als ze een plan van aanpak geformuleerd heeft. ‘Wat maakt je zo boos in deze situatie?’, geen fijne vraag als je denkt dat je klaar bent, ik weet het, maar de buitenproportionele woede aan het begin van het gesprek houdt me nog bezig. Gegeneerd kijkt ze me aan. “Mijn coach op het werk vroeg me dat laatst ook al. Blijkbaar een thema. Je komt jezelf ook overal weer tegen hè?”

plaatje: Sebastiaan van Doninck

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 6 Reacties

Vrienden

“Ze huilt best veel en overdag slaapt ze maar drie kwartier, dat had ik me toch anders voorgesteld.” Het kostte me negen jaar geleden best moeite om dat over mijn lippen te krijgen en mijn vriendin antwoordde allerliefst; ‘Joh, dat is een fase waar ze weer overheen groeien. Alles bij kinderen gaat in fases, als je dat maar voor ogen houdt dan is het wel uit te houden.’ Dat hielp wel, een beetje. Maar waar ik écht mee zat is dat ik me schuldig voelde dat ik dat niet stralend kon doorstaan, zo’n huilfase. Ik was bang dat ik als moeder niet genoeg over had voor mijn kinderen. Mijn vriendin suste alle gevoelens van schuld en onbehagen en opende demonstratief de koektrommel ‘hier tast toe, chocoladekoekjes zijn het ideale troostvoer’. Dat was fijn, want daar zijn vriendinnen voor. Die steken je een hart onder de riem als je dat nodig hebt.

Al geruime tijd zie ik een van mijn beste vrienden modderen met zijn weerspannige zoon. Zoonlief luistert slecht, raakt zoek op de meest onmogelijke plaatsen, timmert in de speeltuin de kinderen op hun kop als ze niet doen wat hij zegt en haalt het bloed onder de nagels vandaan bij zijn vader. Als we een dagje samen op stap zijn jeuken mijn handen om in te grijpen. Uit alles blijkt dat het jochie schreeuwt om duidelijkheid, om grenzen. Maar da’s nou net niet de sterkste kant van mijn gezellige vriend. Hij waarschuwt wel, maar vergeet er consequenties aan te verbinden. Bij de zoveelste keer waarschuwen schiet hij uiteindelijk uit zijn slof. De jongen krimpt ineen, pa voelt zich schuldig over zijn buitenproportionele reactie en we zijn weer terug bij af. Zucht. “Wat moet ik nou toch met ‘m aan, ik word er gek van. Ik heb ‘m toch tig keer gewaarschuwd, en je weet wat voor hekel ik er aan heb om politie agent te spelen. Nou dan doe ik dat en dan luistert ie niet. Kan ik het dan nooit goed doen?”

Wat een gewetensvraag. Als vriendin wil ik zeggen dat hij natuurlijk zijn best doet en dat ik zie hoe moeilijk hij het heeft. Ik wil hem graag troosten en een goed gevoel bezorgen. Maar zijn opvoedstijl is dramatisch ontoereikend voor dit specifieke jongetje dat toevallig wel zijn zoon is. Ik wéét dat mijn vriend slecht tegen kritiek kan, zich kwetsbaar voelt als vader, continu de kous op zijn kop krijgt van zijn leidinggevende die meer initiatief van hem verwacht en dan is er ook nog zijn vrouw die het altijd beter lijkt te weten. Als ik écht zeg waar het op staat zal dat onze verstandhouding zwaar onder druk zetten. Kies ik voor mijn eigenbelang om de vriendschap in stand te houden, of kies ik voor het belang van het kind? Ik weet ook hoe gezellig mijn vriend is als onze kinderen er niet bij zijn. Misschien voortaan maar afspreken zonder kinderen, dan is die heikele kwestie tussen ons van tafel.

Ben ik dan laf, of toon ik juist mededogen?

Gepost in Blog | Getagged , , , | 17 Reacties

Omdat ik het zeg!

Toen mijn oudste moord en brand schreeuwde in de tummytub vroeg ik mij plots af ‘hoe vaak ga ik mijn kind eigenlijk in bad doen? Moet dat echt elke dag en waarom dan?’ Het was de eerste maar zeker niet de laatste keer dat ik voor een keuze werd gesteld die me confronteerde de oorsprong van mijn opvattingen te onderzoeken. Natuurlijk geven opvoedboeken een prettig houvast als je onzeker bent, of kun je de kunst afkijken van je eigen ouders maar soms dat botst met de praktijk. Omdat je het anders wil doen of omdat het niet werkt bij dat ene kind. Wat voor mij vanzelf spreekt wordt bovendien door mijn partner op een andere manier ingevuld, dat was een hele openbaring voor me.

Is het bijvoorbeeld belangrijk dat een kind luistert omdat de verhoudingen daarmee duidelijk zijn? Moet het omdat jij het vroeger ook moest? Of gaat het jou erom dat je op je kind kunt vertrouwen in levensbedreigende situaties zoals een drukke straat oversteken, de riem vastmaken in de auto en niet met vreemde mannen meegaan op straat als ze  een snoepje beloven?

Is het voldoende als een kind kleren aantrekt die passen bij het seizoen, moeten de kleuren precies matchen, is “als ze maar schoon en heel zijn” je motto of moet het passend zijn bij mama’s handtasje?

Eet een kind gezond als het zijn bord leeg eet (dan weet ik tenminste wat er naar binnen is gegaan, dat moest ik zelf vroeger ook, zonde om weg te gooien zolang er nog kinderen honger lijden in de wereld, zo leren ze alles eten dat komt later goed van pas) of ben je al blij als er überhaupt dagelijks een paar happen groente en fruit ingaat (zolang ie goed groeit en lekker speelt vertrouw ik erop dat het goed gaat, ik weet nog hoe ik vroeger zelf tegen heug en meug mijn bord moest leegeten, ze leren pas genieten van eten als je het niet opdringt).

Plotseling moet ik denken aan een anekdote die de ronde deed in onze familie. Tante Riek sneed altijd de ‘kontjes’ van een rollade af voordat ze ‘m in de braadpan deed. Op een dag vroeg haar dochter ‘waarom doe je dat eigenlijk?’ En ze zei “dat hoort zo, zo deed mijn moeder dat ook altijd.” Haar dochter, die graag het naadje van de kous kende, vond het maar vreemd en deed navraag bij oma. ‘Oh ja, dat deed ik vroeger altijd omdat mijn braadpan te klein was’ antwoordde oma tot grote hilariteit van haar kleindochter.

Waarmee maar gezegd is; het kan geen kwaad om af en toe je ideeën over hoe het hoort onder de loep te nemen…

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 17 Reacties

Ouders zijn net mensen?

“Overbezorgde moeders maken kinderen onzeker” kopten de kranten laatst. “Afwezige vaders doen jongetjes vervreemden van hun mannelijkheid” is ook een mooie. “Sociale status ouders van invloed op geluksgevoel kinderen” is al dubieuzer maar levert toch ook veel ja-geknik op. Wat me opvalt is dat wanneer we het over ouders en kinderen hebben, en over opvoeden in het bijzonder, vrijwel altijd het kind centraal staat. Er wordt bijvoorbeeld wél gekeken naar welk effect een bepaalde opvoedstrategie op het kind heeft maar ik heb nog maar zelden iets gelezen over het effect van een kind op de ouder.

Even tot je door laten dringen. Hoe beïnvloed mijn kind mij als mens? Als je intensief samenleeft zoals in een gezin ontkom je immers niet wederzijdse beïnvloeding. Mijn dochter Rosa bijvoorbeeld, gedijt het beste bij structuur. In de vakantie maak ik daarom voor haar een dagprogramma. Zelf hou ik in mijn vrije tijd meer van ‘we zien wel’ dus dat matcht niet altijd en daar baal ik wel eens van.

Kinderen zijn géén onbeschreven blad en hoe graag we het willen geloven het ‘maakbare kind’ is ook nog niet geboren. Zo zijn er kinderen die voorzichtig van aard zijn en onbesuisder exemplaren. Niet om een bepaalde reden, gewoon een kwestie van temperament. Dus stel je hebt een kind dat in zeven sloten tegelijk loopt, het ziet geen gevaar en stort zich met ware doodsverachting in het leven. Wat voor effect heeft dat op een ouder? Of precies andersom, je bent een hartstochtelijk bergbeklimmer maar voor je zoon is de eenvoudigste klimboom een onneembare vesting. Hoe ga je daar mee om in het dagelijks leven? Wat betekent het bovendien voor deze ouder om zijn hoop op idyllische gezinsvakanties in de Alpen te moeten laten varen?

Of neem het onderzoek over de afwezige vaders. Zonder dat kinderen beïnvloed zijn heb je stoere meisjes en meisje-meisjes, net zoals je kwajongens en watjes hebt. Hoe ga je als zachtaardige vader om met een oorlogszuchtige zoon? Hoe begeleid je de zoon die zich heel anders ontwikkelt dan jij het je had voorgesteld? Voel je je op je gemak bij een zoon met een voorkeur voor roze als je zelf beroepsmilitair bent? Hoeveel kun je houden van een kind waarin je jezelf niet herkent?

Niet alle kinderen komen als een zonnetje ter wereld. Het ene kind is bewerkelijker dan het andere, daar helpt geen goede opvoeding aan. Het ouderstel dat het allemaal zo goed voor elkaar had, zal de carrièreplanning moeten bijstellen als de kinderen chronisch ziek, zwak en misselijk zijn. Welk effect heet het op het geluksgevoel van de ouders wanneer kinderen niet volgens het boekje grootgroeien? Wanneer je structureel meer voor je kinderen doet dan je ooit terugkrijgt? Of mag je je dat niet afvragen?

Gepost in Blog | Getagged , , , | 9 Reacties

Ambivalent moederschap

Wanneer wist jij dat je kinderen wilde? Sommigen weten het al jong, het spelen met poppen geeft ze het overtuigende gevoel dat ze later een gezin met kinderen willen. Prille pubermeisjes die oppassen op de kinderen van de buren kunnen ook zo stellig zijn; ‘zo schattig, ik wil er later vier’ dwepen ze vol overgave. En ik zou de twintigers niet graag de kost geven die vanzelfsprekend kinderen hebben gekregen, omdat het zo ‘hoort’. “Daar dacht je niet bij na” zoals mijn moeder zeggen zou.

Voor mij was het niet zo glashelder. Ik heb lang getwijfeld, of eigenlijk, heel lang heb ik er überhaupt niet over nagedacht. Totdat een dierbare collega tussen neus en lippen door ‘wacht maar af, de biologische klok gaat vanzelf tikken’ tegen me zei. Ik weet nog exact waar ik aan de grond genageld stond. Bijna eenendertig was ik, het leven nét op orde, een zonnige voorjaarsdag wrong het licht met bakken door de geloken luxaflex van ons kantoor. Ik lachte zijn veronderstelling weg maar diep binnenin vond er een aardverschuiving plaats. Vanaf dat moment werd ik bloednerveus. Want ik was bijzonder gehecht aan het idee dat ik zelf invloed uitoefende op de loop van mijn leven. Dat chemische processen mij in een bepalende richting zouden sturen – waar ik zelf geen grip op zou hebben – joeg me grote schrik aan. Dus ik zocht mijn heil in de ratio. Ik probeerde de voor- en nadelen af te wegen van het kinderen krijgen.

Voordelen Nadelen
Instandhouding soort Gebonden voor altijd
Nageslacht dat hopelijk naar Altruïsme is niet mijn sterkste kant
je omkijkt als je oud wordt Kostbaar
Goede genen doorgeven Zorgen
Avontuur Onafhankelijkheid opgeven
Nieuwsgierigheid Onoverzichtelijk

Die lijstjes hielpen me niet om minder ambivalent te worden ten opzichte van het moederschap. Ik stelde me voor hoe mijn leven zich zou ontwikkelen met liefst hetzelfde lief, mijn goedlopende bedrijf met steeds meer verantwoordelijkheid, genoeg geld om zonder zorgen te wonen, te reizen en te leven en dan? De schijnbare voorspelbaarheid maakt me onrustig. Gaf dat houvast me voldoende uitdaging en zin om nog veertig jaar door te leven? Maar wat te doen als ik niet geschikt zou blijken voor het moederschap? Hoe te handelen als mijn kind gehandicapt ter wereld zou komen? En mocht ik eigenlijk wel verwachten dat mijn kinderen en kleinkinderen later op bezoek zouden komen als ik oud en gebrekkig mijn dagen aan het slijten was? Als ik behoefte had aan avontuur, aan onvoorspelbaarheid, was een wereldreis dan niet een betere optie?

Hoe ik de knoop heb doorgehakt kan ik niet meer reconstrueren. Misschien dus toch de hormonen. Maar opeens kon ik me niet voorstellen om later als ik oud was géén kinderen te hebben gekregen. Sinds ik moeder ben is de grootste impact gek genoeg niet de nooit aflatende zorg en verantwoordelijkheid maar het besef dat deze beslissing onomkeerbaar is. Kinderen ruilen, ontslaan of er van scheiden is geen optie. Sterker zelfs het nadenken over hoe het zou zijn geweest om je kinderen niet te hebben gekregen – laat staan spijt hebben van je beslissing – is not done. De illusie van de maakbaarheid van mijn bestaan heb ik voorgoed om zeep geholpen en het is onbespreekbaar bovendien. Zou dat de reden zijn dat zoveel vuile gezinswas binnenshuis gehouden wordt? Omdat je het over jezelf afgeroepen hebt?

illustratie; Dali

Gepost in Blog | Getagged , , , , , , | 17 Reacties

Foto’s voor later

‘Kijk, dit is mijn oude school, of eigenlijk was dit juist het nieuwe gebouw. In de derde klas kwamen de jongens erbij op onze meisjesschool.’ Mijn dochters kijken me ongelovig aan,  “zat jij op een school met alléén maar meisjes?” Op de volgende bladzijde springen we in de tijd en vier ik mijn tiende verjaardag op een camping in Drenthe. ‘Oh ja, die verschrikkelijke vakantie, de enige keer dat we eerder terug naar huis gegaan zijn. En dat alleen omdat er geen water in de buurt was..’ Elke foto roept herinneringen op aan sferen, anekdotes, verhalen die mij verteld zijn en samen met mijn kinderen blader ik in grote stappen door mijn kinderjaren heen. Wat is dat een mooie laagdrempelige manier om het verleden te ontsluiten. Ik neem me voor spoedig weer eens het familiealbum bij te werken.

Groep 3 heeft een toneelstuk ingestudeerd. De afgelopen weken is er noeste arbeid verricht want iedereen mocht alle rollen spelen en pas vorige week is de definitieve verdeling vastgesteld. Een hele klus lijkt me dat voor de juf om een stuk te vinden voor 28 kinderen en iedereen tevreden te stellen met zijn rol. Maar het is gelukt. Thuis vertelt Rosa enthousiast over het doorpassen van de kleding met de toneelmoeders. Ze mag de bliksem zijn en ze is apetrots op haar mooie kostuum. ‘Jullie komen toch ook kijken hè?’ Natuurlijk komen wij opdraven, dat hoort erbij. Op die doordeweekse dinsdagmiddag om half zes ‘s middags schuiven we en masse  de aula binnen. Verheugd zie ik dat bijna alle vaders ook aanwezig zijn, wat een warme betrokkenheid. Vervolgens verbaas ik me over de vele opa’s en oma’s die meegekomen zijn, ik bedoel, het is maar de afronding van een taalproject. Het is heus de afscheidsmusical nog niet. Maar het wordt nog gekker. Want we zitten amper, het zaallicht gaat uit, de spotlights aan en dan op een of ander geheim teken staat de halve zaal op en trekt zijn camera tevoorschijn. Flitslicht verblindt de kinderen op het toneel, snorrende videocamera’s overstemmen de zachte stemmetjes van de onwennige acteurs. Gemor in het publiek als de ene vader de andere oma een por met zijn elleboog geeft om vanuit een betere positie zijn jongste telg in het vizier te krijgen. Straks thuis gezellig met zijn allen rond de monitor om de voorstellig terug te kijken. Terug te kijken? Voor het eerst te bekijken bedoel je, maar dan op een klein scherm, vanaf grote afstand en met een beetje pech net niet scherp. En hoe hou je vol dat je kind de sterren van de hemel heeft gespeeld als het zichzelf ziet stuntelen op de genadeloze beeldbuis?

Ik zet mijn oogkleppen op en concentreer me op de jonge spelers. Ik geniet van de saamhorige klas die eendrachtig een heus toneelstuk over het voetlicht brengt. Het ziet er prachtig uit, wat ben ik trots op ze en wat leeft de bliksem zich goed in… Ik leef mee bij elke hapering, voel hoe de ondraaglijke spanning op het podium afneemt bij iedere succesvolle scène, zie hoe de kinderen elkaar helpen met de choreografie. Als het is afgelopen krijgen ze van mij een oprecht applaus. Thuisgekomen belt oma om te vragen hoe was. Of ik even een foto mail. Heb ik die niet? Was ik mijn toestel vergeten dan? Niet meegenomen?! Hoezo maak je een plaatje in je hoofd? De toon van oma is verontwaardigd en vol onbegrip. Even vraag ik me af of ik echt zo’n ontaarde moeder ben, niet van deze aarde misschien?

Ik schiet zeven jaar terug in de tijd. De eerste dag dat Rosa bij ons was waren we zo vervuld van al dat nieuwe, we dronken ons gulzig alle indrukken in. Het was die zomer van ’99 dat de hittegolven zich aaneenregen culminerend in een lange indian summer die duurde tot eind oktober. Dampend lagen we gedrieën op het grote bed. Te kijken naar dat nieuwe mensje dat met grote ogen terugkeek naar bij wie ze terecht gekomen was. *Flits*  Weg magisch moment, bedankt oma. Maar ze begreep het niet, dat was toch leuk, voor later?

Jawel, ik hou van foto’s voor later, maar meer nog hou ik van de momenten van nu. Momenten die verhalen voor later kunnen worden, al dan niet gemystificeerd, met plaatjes die zijn vastgelegd in de ziel.

Gepost in Blog | Getagged , , , , , | 4 Reacties

Voor wat, hoort wat?

Mijn jongste rent zich de benen uit het lijf om mij van sapjes, kusjes en tekeningen te voorzien terwijl mijn oudste zich al twee dagen niet laat zien aan mijn griepbed. Nu de ergste koorts wat aan het zakken is vraag ik mijn man om haar naar boven te sturen. Gereserveerd staat ze aan het voeteneinde. Als ik mijn hand uitsteek komt ze aarzelend dichterbij en gaat op de rand van het bed zitten. ‘Ik moest komen. Wat is er?’ vraagt ze nurks. Want Rosa houdt niet van zieke mensen. “Gewoon, ik wou je even zien, ik had je al zolang niet meer gezien, dat is alles.” ‘Oh?’ klinkt het verbaasd en langzaam ontdooit ze een beetje. Zodra ze de kans schoon ziet maakt ze zich uit de voeten maar het lijntje is weer gelegd en daar was het me om te doen.

De dagen erna verandert er weinig in dit patroon, Estelle komt regelmatig verslag doen en informeren of ik nog ‘wensen’ heb en Rosa komt alleen wanneer ze gestuurd wordt. De tijd dat we kinderen kregen als levensverzekering hebben we ver achter ons gelaten maar daar in dat bed vroeg ik me plotseling af of je eigenlijk iets mag terugverwachten van je kinderen?

Alsof ze mijn gedachten wil illustreren hoor ik door het open raam mijn buurvrouw uit haar slof schieten “Ik werk me hier de hele dag uit de naad voor jou en jij bent nog te beroerd om even de tafel dekken voor mij.” Als je samen in één huis leeft is het natuurlijk alleszins redelijk om de taken te verdelen, maar moet dat nou door de ander een schuldgevoel aan te praten? Dat soort emotionele chantage lijkt me niet houdbaar op de lange termijn. Bovendien krijg je dan later van die taferelen waarin zo’n moeder – oud, krakkemikkig en der dagen zat – zit te turven hoe vaak en hoe lang haar kroost haar komt bezoeken. En hoe vaak ze ook langskomen, het is nooit genoeg want de rente op die oude schulden is zo hoog opgelopen dat ze nooit meer af te lossen zijn.

Dat voorland is me een schrikbeeld. Zo’n moeder wil ik later niet zijn. Dat betekent dat ik moet zien te zorgen dat de balans in evenwicht blijft. Zodat ik niet het gevoel krijg dat ze het later nog goed moeten maken. Maar vanaf welke leeftijd kun je dan iets terugverwachten van je kinderen? Van een baby kun je weinig inlevingsvermogen vragen. En hoe meet je eigenlijk of het ‘return on investment’ in verhouding is? Dat lijkt al meteen een fout uitgangspunt omdat in de basis de verhouding tussen ouder en kind scheef is. Ze hebben er niet eens om gevraagd om in mijn leven te komen (geloofsovertuigingen daargelaten). Ik heb het geheel vrijwillig op mijn hals gehaald een gezin te stichten.

Na vier dagen griep wiebel ik ‘s ochtends voor het eerst weer naar beneden zodat mijn man kan uitslapen en een beetje bijkomen van het eenzaam trekken van de kar. Als ik bij het dekken van de ontbijttafel Rosa vraag mee te helpen stuit ik op een verontwaardigd ‘waarom?’ Door mijn hoofd schiet “Ja hallo, alsof jij zoveel voor me gedaan hebt toen ik doodziek op bed lag, laat je handen maar even wapperen hoor”, maar tot mijn verbazing antwoord ik ‘omdat jij ook wil ontbijten neem ik aan?’ Zonder gemor dekt ze de tafel en ik begrijp dat mijn denkexcercitie in bed zijn vruchten reeds afwerpt. De truuk is om geen lijstjes bij te houden volgens het schuld en boete systeem maar om het hier en nu samen te rooien. En elke dag beginnen met een schone lei.

Gepost in Blog | Getagged , , , , | 7 Reacties

Op eigen benen

Het heeft even geduurd maar daar is ze dan, mijn eerste kind. Al die maanden zat het veilig in mijn buik, heb ik braaf sapjes in plaats van alcohol gedronken. Ik stopte op tijd met werken en deed gedwee een middagslaapje. Ik verdroeg het geneuzel van de verloskundige en bereidde me voor op de bevalling met een vage pufcursus. Maar nu is het dus zover, mijn kind is geboren. Een half uur geleden twijfelde ik nog even of het wel een kind zou zijn, ik was al uren aan het werk voor een wezen dat ik nog nooit gezien had. Misschien was het wel een hondje? Het is duidelijk, zwangerschap leidt tot hersenverweking. Ik verman mij, of kun je dat in zo’n situatie niet zeggen, en concentreer me op het laatste stukje. Het is een eitje, jawel nog één flinke duw en hopla daar is ze.

In een serene stilte aanschouwen we ons eigen wereldwonder. Fijn dat het dienstdoend personeel zich aanpast aan onze bezonken stemming. Dan is enige actie gewenst, er moeten tenen geteld en agpars gescoord. Er zweeft een schaar tussen ons in, ‘wie biedt?’ lijkt de vraag. Ik pak ‘m aan, wat me een verbaasde blik van de verloskundige oplevert, ‘wil je man dat niet doen?’, maar nee, dit is mijn taak. Mijn man is allang blij. Ik knip haar los met de woorden ‘daar ga je, op eigen benen’, want zo voelt het. Vanaf nu moet het meisje het zelf doen. De wenkbrauwen van de verloskundige schieten omhoog, de kraamzuster slaakt een kreet. Het personeel is in shock, zoiets hebben ze nog nooit meegemaakt. Zit ik in de verkeerde film? Ben ik echt meteen een ontaarde moeder? Ik bedoel toch niet dat ik niets voor mijn kind over heb, ik blijf er heus wel bij. Maar nu zal ze zelf moeten ademen, zelf moeten eten, zelf moeten groeien. Ik sta erbij en kijk ernaar. En ik zal de voorwaarden scheppen, pleisters plakken als het nodig is, maar ik ga niet meer voor haar ademen. Dat is nu háár taak. Het leven is begonnen, aan de slag!

Misschien was ik er vroeg bij, dat zou kunnen. Maar ik geloof dat de primaire taak van ouders is hun kinderen naar zelfstandigheid te begeleiden. En daar begin je niet pas mee in de puberteit. Wanneer – of door welk voorval – realiseerde jij je dat je kind los staat van jou?

Gepost in Blog | Getagged , , , | 11 Reacties