Zo moeder, zo dochter?
Estelle hikt op de zwemles al wekenlang aan tegen het onder water zwemmen. Ze is als een speer gegaan totdat het gat haar hindernis werd. Ik snap het wel, zelf heb ik alleen mijn A diploma omdat ik niet onder water durfde zwemmen. Dat hoefde destijds pas met je B diploma. Misschien leert ze het wel nooit want het ís ook verschrikkelijk eng. Ik ga nu nóg niet met mijn hoofd onder water. Net als mijn moeder trouwens, die riep bij het zwemmen in de Maas altijd panisch dat haar kapsel niet nat mocht worden. Maar dat was natuurlijk ook gewoon omdat ze niet onder water durfde. Het zit bij ons gewoon in de genen ben ik bang. Ik wil het al bijna opgeven, overweeg zelfs om maar met de zwemles te stoppen. [...] Lees verder
‘Oh nee hè, kijk nou wat er gebeurt, dat gaat niet goed, het kleintje wordt verstoten!’ roept mijn dochter verschrikt als ze ziet hoe de moederijsbeer haar jong op de grond laat stuiteren. Ik sus dat het zo’n vaart niet zal lopen, dat het voor de moeder ook allemaal nieuw is en ze het nog moet leren en dat ijsbeerbaby’s daar op gebouwd zijn. Acht jaar geleden stond ik zelf te stuntelen met mijn
Wanneer wist jij dat je kinderen wilde? Sommigen weten het al jong, het spelen met poppen geeft ze het overtuigende gevoel dat ze later een gezin met kinderen willen. Prille pubermeisjes die oppassen op de kinderen van de buren kunnen ook zo stellig zijn; ‘zo schattig, ik wil er later vier’ dwepen ze vol overgave. En ik zou de twintigers niet graag de kost geven die vanzelfsprekend kinderen hebben gekregen, omdat het zo ‘hoort’. “Daar dacht je niet bij na” zoals mijn moeder zeggen zou.
‘Ik weet me geen raad, het meiske slaapt 20 minuten en is dan alweer wakker. Thuis slaapt ze met gemak twee uur achter elkaar. En ze wil niet in de box, ze huilt alleen maar. Ik kan mijn dochter toch niet blijven bellen om haar de borst te geven?’ Oma klinkt gedesillusioneerd. Ze had zich het oppassen duidelijk anders voorgesteld. Ze voelt zich verantwoordelijk voor het welslagen maar ik vraag me af hoever je invloed daarin reikt. Want natuurlijk heeft ze voor de goede voorwaarden gezorgd. Er is plaats gemaakt voor een bedje en een box, de moeder heeft instructies achtergelaten en het kind wordt met open armen liefdevol ontvangen. Maar ben je er daarmee? Blijkbaar niet.
‘Kijk, dit is mijn oude school, of eigenlijk was dit juist het nieuwe gebouw. In de derde klas kwamen de jongens erbij op onze meisjesschool.’ Mijn dochters kijken me ongelovig aan, “zat jij op een school met alléén maar meisjes?” Op de volgende bladzijde springen we in de tijd en vier ik mijn tiende verjaardag op een camping in Drenthe. ‘Oh ja, die verschrikkelijke vakantie, de enige keer dat we eerder terug naar huis gegaan zijn. En dat alleen omdat er geen water in de buurt was..’ Elke foto roept herinneringen op aan sferen, anekdotes, verhalen die mij verteld zijn en samen met mijn kinderen blader ik in grote stappen door mijn kinderjaren heen. Wat is dat een mooie laagdrempelige manier om het verleden te ontsluiten. [...]
“Mama, zag je dat? Die mevrouw deed heel boos omdat haar kindje op de glijbaan probeerde te klimmen. Ze pakte het meteen weg van de tweede tree van het trappetje.” Estelle is verontwaardigd naar me toegerend en kijkt me nu met grote vragende ogen aan. Ik zag het gebeuren en het verbaasde me ook, maar hoe leg je een kind van zes uit dat je als ouder altijd schippert tussen
Week in, week uit ploeter ik bij de handwerkles. Mijn naald stroef van het zweet in mijn handen, de draad verfomfraaid van het vele uithalen en opnieuw beginnen. De jongens mogen houtbewerken, jaloers kijk ik naar buiten waar ze bezig zijn spijkers in hun plankjes te slaan. Dat zou ik ook wel willen. Maar ik ben tien en heb geen keus, ik ben een meisje en dus heb ik handwerkles. Wanneer ik na maanden het resultaat trots mee naar huis neem zegt mijn moeder “wat is dat voor broddelwerk, haal maar uit, dat kan veel netter”. Vanaf die dag krijg ik op mijn vrije woensdagmiddag thuis naailes. Ik haat het maar tegensputteren helpt niet. Pas als ik perfecte naden stik op het machine, een schortje heb geborduurd en een patroon tot nachtjapon weet om te toveren mag ik stoppen. [...]
Woensdagmiddag, Rosa’s vriendje Japie komt mee uit school en we gaan eerst een boterham eten. “Thuis mag ik nooit zelf mijn brood smeren. Mijn moeder vraagt gewoon wat ik er op wil hebben. Jullie eten altijd aan tafel hè?” zegt hij en door de manier waarop hij het zegt meen ik naast verbazing ook enige jaloezie te bespeuren. “Waarom eigenlijk?” Goede vraag, daar heb ik al een tijdje niet meer over nagedacht. ‘We eten aan tafel omdat ik het fijn vind om samen te eten en dan te horen hoe de dag is geweest. Of om alvast te bedenken wat we die dag gaan doen.’ “Ontbijten jullie dan ook aan tafel?!” zegt hij stomverbaasd. Dat schijnt een zeldzaamheid te zijn tegenwoordig maar inderdaad, dat doen wij, al is het maar om mezelf wat opstarttijd te gunnen ’s ochtends. [...]
Vaderlief ik ben zo blij
Ze vechten er nog net niet om maar de schermutselingen om een stoel op de eerste rij te bemachtigen lijken er verdacht veel op. Gaan deze vrouwen naar een popconcert? Welnee, met hun neus tegen het raam geplakt volgen ze de verrichtingen van hun nageslacht. Het commentaar is niet van de lucht. Met grote gebaren denken ze hun kinderen bij te staan in de zwemles. Hun monden mimen d o o r z w e m m e n en ze maaien met hun armen door de lucht. Als er al een moeder is die het waagt even naar de wc te gaan wordt ze meteen door de andere moeders bijgepraat over wat er in de tussentijd allemaal gebeurd is.