When he outgrew cute
When he outgrew cute
The looks changed from compassion to concerned
Towards him
And towards those who supported him.
And sometimes disgust
Overshadowed concern
As he stubbornly clung to his ways.
When he outgrew cute
The looks changed from compassion to concerned
Towards him
And towards those who supported him.
And sometimes disgust
Overshadowed concern
As he stubbornly clung to his ways.
Geen bloemen voor wie zeven is:
zij zetten een ijsje op zijn steen
en wachten tot ’t gesmolten is.
Christiaan Johannes van Geel
Wij bereikten
na een tocht door een druipend bos
het Randmeer.
Het was alsof een slapende haar ogen opende
en ons kende.
Jij zal voorop.
Ik legde mijn hand
op de warme kokosnoot van je schedel.
Lieve Ari
Wees niet bang
De wereld is rond
en dat istie al lang
De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht
Maar ze gaan allen
dezelfde weg
Om goed voor mij te zorgen, verzin ik een kind
dat bij me is. Ik kan dus niet de hele dag in bed,
en bad, er is een kind dat wacht op mijn
aanwezigheid, er moeten komma’s in de dag.
Niet roken en niet drinken en niet maar door
en doorgaan, en als ik koffiedrink drink ik
een glaasje appelsap erbij, en eet twee koekjes
één voor haar, het is een zij, en één voor mij.
In onderzoeken* wordt de geboorte van een eerste kind als een van de meest ingewikkelde overgangen gezien die vaders en moeders individueel en als stel doormaken. Dat begint natuurlijk al daarvóór, bij de zwangerschap. In tegenstelling tot wat de meeste stellen denken, komt de (partner)relatie danig onder druk te staan. Dichter Ingmar Heytze beschrijft het van binnenuit
Do not ask your children
to strive for extraordinary lives.
Such striving may seem admirable,
but it is the way of foolishness.
Help them instead to find the wonder
and the marvel of an ordinary life.
Mama.
Ik wil van zilver zijn.
Jongen,
dan krijg je het flink koud.
Mama.
Ik wil van water zijn.
Jongen,
dan krijg je het flink koud.
Nog dertien minuten nee twaalf. Ik had de hele dag om te werken maar ik ging lezen en sorteren en
‘Slaap maar,’ zeg ik
tegen een dochter die allang slaapt
en daar wakker van wordt.
Het onweert. Misschien wil ik wel