Het gebed | de grootouders

Drie maal per dag, naar vaste wetten,
nemen zij de eigen plaatsen in,
en gaan zich rond de tafel zetten;
van haat eendrachtig: het gezin.
De vader heeft het mes geslepen,
De kinderen wachten, wit en stil.
De moeder houdt haar bord omgrepen,
alsof zij het vergruizelen wil.
Een grauw: dan vouwen zij de handen,
de disgenoten in het huis:
van tafelrand tot […]

Op zijn knieën

Op zijn knieën
graaft een vader
voor zijn kinderen
een bankje uit het strand.
Ze blijven doodstil zitten.
Liggend op mijn buik
kijk ik naar hoe hij
er bij lacht, er van geniet.
En verderop
zie ik een vrouw
aan wie ik zie
dat zij hetzelfde in hém
ziet.
Alles is los zand.
Margerite Luitwieler (1960)
uit: Op hoge hakken de trap op rennend (2010)

Bij mijn zonen ben ik veilig

Bij mijn zonen ben ik veilig
hun boten van papier zinken
alleen in helder water
hun vliegtuigen hebben een schietstoel
geleend van Griekse goden
het verdriet slaat een zijstraat in
als het ons ziet komen
hun knikkers weten altijd waarheen
daarvan ben ik aan het leren
van klachten vlechten ze liederen
van spinnen bewaren ze het net
daarin vangen ze dromen die uitkomen
en twijfels die ze […]

Mijn dochter en ik

Terwijl ik lees voel ik mijn dochter kijken;
ik laat niets merken en lees rustig door.
Haar leven doet zich helder aan mij voor:
het zal in alles op het mijne lijken.
Niets kan ik doen, opdat zij zal bereiken
wat ik, amper gevonden, weer verloor;
geen vindt van het geluk méér dan een spoor,
ook zij niet, en ook zij zal […]

Vaders

Knuffelen gaat niet zo goed
Ze roepen hé joh, je weet het hè,
en lezen de krant.
Over de rand kijken ze mee
hoe je je huiswerk doet
of niet.
je staat versteld van
wat ze weten over de wereld.
Meer dan van jou bijvoorbeeld.
Vaders zijn zo. Ze laten niets merken
tot er iets is.
Dan leer je ze kennen als moeders.
Johanna Kruit (1940)
Uit ‘Als […]

Autobiografie in vijf hoofdstukken

1) Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik val erin.
Ik ben verloren… ik ben radeloos.
Het is mijn schuld niet.
het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.
2) Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik doe alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan het […]

Juli

Ik ben mijn jongen kwijt
goud gaf ik voor geritsel
mijn nest zit me te wijd
Judith Herzberg (1934)

Men moet geduld hebben

Men moet geduld hebben
met het onopgeloste in het hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als ontoegankelijke ruimtes,
als boeken,
geschreven in volkomen onbekende taal.
Wanneer men die vragen leeft,
leeft men misschien geleidelijk,
zonder het te merken,
op een ongewone dag
binnen in het antwoord.
Rainer Maria Rilke (1875-1926)

Beginnen (2)

Om twintig voor negen verliet ik geruisloos het lichaam
Van moeder en keek ik ons aan.
Ik zag ons daar allemaal liggen en staan
In mijn eerste verblinding.
Ik hoorde ons allemaal aan als de stem
Van een schaar en ik voelde mijn aanvang
Verknipt.
Mijn bloedende navel bestreek het schreeuwende centrum
Van de wereld in deze kamer.
Ik kan uit mijn kamer van […]