Samen aan tafel

Woensdagmiddag, Rosa’s vriendje Japie komt mee uit school en we gaan eerst een boterham eten. “Thuis mag ik nooit zelf mijn brood smeren. Mijn moeder vraagt gewoon wat ik er op wil hebben. Jullie eten altijd aan tafel hè?” zegt hij en door de manier waarop hij het zegt meen ik naast verbazing ook enige jaloezie te bespeuren. “Waarom eigenlijk?” Goede vraag, daar heb ik al een tijdje niet meer over nagedacht. ‘We eten aan tafel omdat ik het fijn vind om samen te eten en dan te horen hoe de dag is geweest. Of om alvast te bedenken wat we die dag gaan doen.’ “Ontbijten jullie dan ook aan tafel?!” zegt hij stomverbaasd. Dat schijnt een zeldzaamheid te zijn tegenwoordig maar inderdaad, dat doen wij, al is het maar om mezelf wat opstarttijd te gunnen ’s ochtends. [...] Lees verder

Hou-vast

Vaderlief ik ben zo blij
op dit grote feestgetij.
Daarom geef ik U
een kusje nu.
En fluister in uw oor
héél oud worden hoor!

Is het echt vijfendertig jaar geleden dat ik dit versje stond op te zeggen aan de rand van het ouderlijk bed? Ik ken het nog steeds, het zingt tegenwoordig vaak rond in mijn hoofd. Sinds ik zelf kinderen heb is het bouwen aan gezamenlijke herinneringen een actueel thema. Helemaal nog niet eenvoudig hoe je dat doet. Want ik ben niet gelovig, leef een weinig traditioneel leven zonder weekenden en aan verplichte familiebezoekjes heb ik een broertje dood. Dus samen bidden voor het eten (en dan stiekem gekke bekken trekken naar je zus),  nieuwe kleren met Pasen (altijd bibberen in te dunne katoenen jurkjes met open sandalen) en de zondagmiddagbezoekjes aan opa en oma (‘Ik mag het Groenland-lepeltje!’) zullen voor mijn kinderen geen vanzelfsprekende jeugdherinneringen worden. [...] Lees verder

Moeders op het droge

Ze vechten er nog net niet om maar de schermutselingen om een stoel op de eerste rij te bemachtigen lijken er verdacht veel op. Gaan deze vrouwen naar een popconcert? Welnee, met hun neus tegen het raam geplakt volgen ze de verrichtingen van hun nageslacht. Het commentaar is niet van de lucht. Met grote gebaren denken ze hun kinderen bij te staan in de zwemles. Hun monden mimen d o o r z w e m m e n en ze maaien met hun armen door de lucht. Als er al een moeder is die het waagt even naar de wc te gaan wordt ze meteen door de andere moeders bijgepraat over wat er in de tussentijd allemaal gebeurd is.

Ik raak niet uitgekeken. [...] Lees verder

Voor wat, hoort wat?

Mijn jongste rent zich de benen uit het lijf om mij van sapjes, kusjes en tekeningen te voorzien terwijl mijn oudste zich al twee dagen niet laat zien aan mijn griepbed. Nu de ergste koorts wat aan het zakken is vraag ik mijn man om haar naar boven te sturen. Gereserveerd staat ze aan het voeteneinde. Als ik mijn hand uitsteek komt ze aarzelend dichterbij en gaat op de rand van het bed zitten. ‘Ik moest komen. Wat is er?’ vraagt ze nurks. Want Rosa houdt niet van zieke mensen. “Gewoon, ik wou je even zien, ik had je al zolang niet meer gezien, dat is alles.” ‘Oh?’ klinkt het verbaasd en langzaam ontdooit ze een beetje. Zodra ze de kans schoon ziet maakt ze zich uit de voeten maar het lijntje is weer gelegd en daar was het me om te doen. [...] Lees verder

Politie-moeder

 “Kom meisjes aan tafel, we gaan boterhammen eten. Nee, echt stoppen met schommelen nu, dat was de afspraak.”
“Jawel, wél handen wassen, kijk maar eens hoe zwart ze zijn.”
“Hola, eerst een boterham met hartig, dan pas een met zoet.”
“Ga eens rechtzitten, knieën onder de tafel en met vier poten op de grond graag.”
“Nee, nee, niet twee boterhammen met chocopasta achter elkaar.”
“Niet je mes aflikken, met je vinger of aan je boterham.”
“Aan tafel blijven, we wachten tot iedereen klaar is met eten.”
Zomaar een lunch op zomaar een dag. Reuzegezellig, al lees je dat niet af aan bovenstaande teksten. Tussen neus en lippen door handhaaf ik de regels. Op veel dagen gaat dat inmiddels spelenderwijs, heb ik het zelf niet eens in de gaten. [...] Lees verder

Op eigen benen

Het heeft even geduurd maar daar is ze dan, mijn eerste kind. Al die maanden zat het veilig in mijn buik, heb ik braaf sapjes in plaats van alcohol gedronken. Ik stopte op tijd met werken en deed gedwee een middagslaapje. Ik verdroeg het geneuzel van de verloskundige en bereidde me voor op de bevalling met een vage pufcursus. Maar nu is het dus zover, mijn kind is geboren. Een half uur geleden twijfelde ik nog even of het wel een kind zou zijn, ik was al uren aan het werk voor een wezen dat ik nog nooit gezien had. Misschien was het wel een hondje? Het is duidelijk, zwangerschap leidt tot hersenverweking. Ik verman mij, of kun je dat in zo’n situatie niet zeggen, en concentreer me op het laatste stukje. [...] Lees verder