Huisbezoek (columnwedstrijd)
Einde van de dag, ik ben moe. Nog even de kinderen in bed gooien en dan is de tijd aan mij. “Kom op wijffies, naar boven, hoogste bedtijd.” Ik sta al met één voet op de trap en dan pas merk ik dat niemand mij volgt. “Hallo, contact?!” Twee meisjes gekluisterd aan de buis geven geen sjoege. Ik plaats mij in hun gezichtsveld, pal voor de TV. ‘Hee, niet doen. Toe nou mam, dit is echt heel leuk, alleen dit nog even.’ Jajaja, dit nog even, dat nog even, niks niet meer, klaar nu. Ik zet de TV uit en jaag het spul naar boven. ‘Mama, wil je me dragen?’ probeert Estelle van zes. Maar ik wil niet, bovendien ben ik bang dat mijn spieren het begeven halverwege de trap want ik ben echt doodop na een lange werkdag die om half drie naadloos over ging in de zorg voor de kinderen. [...] Lees verder

“Wat zullen we eten vanavond?” Ik heb even geen inspiratie en het voordeel van groter wordende kinderen is dat je ze lekker mee verantwoordelijk kunt maken voor huishoudelijke dilemma’s. ‘Spinazietaart?’ luidt de verrassende suggestie. Ik hoef de pannenkoeken en de tosti’s dus niet eens uit te sluiten. “Goed idee dames, dat doen we!” en hopla daar liggen de plakjes bladerdeeg al te ontdooien op het aanrecht. Spinazie uit de vriezer, rozijnen erbij. Rozijnen? Oeps, op. Die kleine zoete verrassinkjes in de taart maken ‘m nou juist zo favoriet bij mijn dochters. Maar ik heb echt geen zin om alleen daarvoor nu nog naar de supermarkt heen en weer te racen. “Sorry meiden, het wordt zonder rozijnen”, roep ik vanuit de keuken en begin de eieren te klutsen. [...]
Het is elf uur ’s avonds als ik met trillende vingers en bonzend hart begin aan de IQ test van de
In de tijd dat duidelijk werd dat het oude kinkhoestvaccin niet werkte en het nieuwe nog niet beschikbaar was moest mijn oudste dochter haar eerste prikken krijgen. Toen ik aan de huisarts vroeg wat wijsheid was informeerde hij me uitgebreid en sloot af met woorden die nog altijd naklinken in mijn oren; ‘Kinkhoest wordt ook wel de 100-dagen-hoest genoemd. Bij kinderen ouder dan een jaar is het niet meer levensbedreigend en gaat het erom of je bereid en in staat bent om er 100 nachten voor je kind te zijn.’ Wie wil er nou niet voor zijn kind zijn, dacht ik nog. Maar nu ik wat langer als moeder meedraai, begrijp ik dat het erover gaat of je het aankunt en aandurft om er voor ze te zijn. [...]
“Waarom gaan ze niet even iets voor zichzelf doen?” Als ik een tijdje veel gewerkt heb voelt het gek genoeg zwaarder om tijd met de kinderen door te brengen. Alsof het mechaniek wat roestig geworden is. Ik vind het wel leuk om ze dan weer te zien maar het lukt me niet ‘als vanzelf’ het opvoeden erbij te nemen. Ik kom er niet in, dus kost het meer energie en die is moeilijker op te brengen als elders al intensief beroep gedaan is op mijn soepele scherpzinnige geest. Zou ouderschap ook in je spiergeheugen kunnen gaan zitten? Dat je dusdanig veel routine opbouwt dat er ruimte ontstaat om het plezier te ervaren van kinderen grootbrengen? Ikzelf merk dat het een precaire balans is om mijn moederconditie op peil te houden. [...]
Bizar hoe kinderen je zwakke plekken altijd weten te vinden. Doe ik nog zo mijn best om het schap met de koekjes voorbij te lopen in de supermarkt, komt mijn jongste enthousiast aanzetten met chocoladebiscuitjes. Het geringste spoortje twijfel van mijn kant maakt dat ze de ruimte pakt waarvan ik nog niet in de gaten had dat ie er was. Want ik hou héél erg van chocoladekoekjes maar ik vind eigenlijk dat we ze niet moeten kopen. Maar eigenlijk is niet duidelijk genoeg voor een kind.
Zaterdagochtend, het is pas half elf en ik weet niet hoe ik de dag moet doorkomen. Ik ben doodop van alleen het ontbijt. Ik ben nog niet eens aangekleed, laat staan gedouched. Mijn man is naar zijn werk en komt pas om half zeven thuis. De oma’s hebben de afgelopen tijd al ruimschoots bijgesprongen. Naar de buren dan? Nee, die zien de kinderen alwéér aankomen, dat is ook geen optie. Moedeloos scan ik mijn hulplijnen en kom al snel tot de conclusie dat ik mijn heil vandaag elders zal moeten zoeken.
Toen mijn oudste moord en brand schreeuwde in de tummytub vroeg ik mij plots af ‘hoe vaak ga ik mijn kind eigenlijk in bad doen? Moet dat echt elke dag en waarom dan?’ Het was de eerste maar zeker niet de laatste keer dat ik voor een keuze werd gesteld die me confronteerde de oorsprong van mijn opvattingen te onderzoeken. Natuurlijk geven opvoedboeken een prettig houvast als je onzeker bent, of kun je de kunst afkijken van je eigen ouders maar soms dat botst met de praktijk. Omdat je het anders wil doen of omdat het niet werkt bij dat ene kind. Wat voor mij vanzelf spreekt wordt bovendien door mijn partner op een andere manier ingevuld, dat was een hele openbaring voor me. [...]
“Overbezorgde moeders maken kinderen onzeker” kopten de kranten laatst. “Afwezige vaders doen jongetjes vervreemden van hun mannelijkheid” is ook een mooie. “Sociale status ouders van invloed op geluksgevoel kinderen” is al dubieuzer maar levert toch ook veel ja-geknik op. Wat me opvalt is dat wanneer we het over ouders en kinderen hebben, en over opvoeden in het bijzonder, vrijwel altijd het kind centraal staat. Er wordt bijvoorbeeld wél gekeken naar welk effect een bepaalde opvoedstrategie op het kind heeft maar ik heb nog maar zelden iets gelezen over het effect van een kind op de ouder.
Recente reacties