Uithouden
‘L i e v e o m a’, haar vinger zweeft boven het toetsenbord en zoekt alle letters af naar de volgende. ‘Mam, wil jij het niet even voor me doen, het duurt zo lang.’ Maar ik laat haar lekker zelf ploeteren op haar eerste mailtje aan oma. Als het berichtje met veel zuchten en steunen eindelijk klaar is vraagt mijn intens tevreden kind ‘hoe laat krijg ik dan antwoord?’ Ik schiet in de lach, denk terug aan de enorme hoeveelheid brieven die ik als jong meisje in de brievenbus heb gegooid. Hoe heerlijk het was om elke dag de post te halen met de hoop dat er ook voor mij iets bij zou zitten. Die broze contactlijntjes die uitgezet waren op zo’n moment, het verlangen naar antwoord, dat warme gevoel van verheugen dat als een zijdezacht laagje over de dag lag. [...] Lees verder

“Ze huilt best veel en overdag slaapt ze maar drie kwartier, dat had ik me toch anders voorgesteld.” Het kostte me negen jaar geleden best moeite om dat over mijn lippen te krijgen en mijn vriendin antwoordde allerliefst; ‘Joh, dat is een fase waar ze weer overheen groeien. Alles bij kinderen gaat in fases, als je dat maar voor ogen houdt dan is het wel uit te houden.’ Dat hielp wel, een beetje. Maar waar ik écht mee zat is dat ik me schuldig voelde dat ik dat niet stralend kon doorstaan, zo’n huilfase. Ik was bang dat ik als moeder niet genoeg over had voor mijn kinderen. Mijn vriendin suste alle gevoelens van schuld en onbehagen en opende demonstratief de koektrommel ‘hier tast toe, chocoladekoekjes zijn het ideale troostvoer’. [...]
Ontredderd lig ik in het kraambed. Mijn man heeft gister zijn rechterhand gebroken, er is geen kraamzuster beschikbaar omdat alle juni-baby’s bij volle maan gekomen zijn en we wonen net een paar maanden in een nieuw dorp dus van een sociaal vangnet is nog geen sprake. De oudste is nog geen twee als haar zusje geboren wordt, dus ook van die kant is weinig hulp te verwachten. Als de ene slaapt, is de andere wakker en omgekeerd. Waren de borstvoedingsmomenten bij de eerste een oase van rust, nu moet ik met de ene arm een baby zien vast te houden en met de andere een peuter zien weg te houden. Toch is die exponentieel toegenomen chaos niet eens de grootste verandering. [...]
Waar zijn mijn sleutels nou weer? We moeten gaan anders komen we te laat op school. Ik zoek me een ongeluk. In de la, in mijn jas, in mijn tas, op de tafel; niks. “Ik word gek van jullie!” krijs ik harder dan ik wil. “Ik blíjf aan het opruimen en jullie maken er steeds weer een troep van. Doe ook ’s wat!” Ik ontplof ogenschijnlijk uit het niets. De meisjes schrikken zich een hoedje. Mijn lief is een week weg en tot nu toe vlogen we als eendrachtig driemanschap door de dagen maar plotseling ben ik er helemaal klaar mee. Ik weet het, er zijn talloze ouders die het altijd in hun eentje moeten doen maar het voelt ontzettend kwetsbaar om in mijn eentje zo verschrikkelijk verantwoordelijk voor alles te zijn. [...]
Sta ik daar weer ongewassen, ongekamd in mijn kloffie van gister op het schoolplein. Om me heen fris en fruitig opgemaakte moeders en een enkele vader strak in het pak. De net geborstelde haren van mijn jongste dochter slierten alweer slordig om haar o zo lieve snoetje. Wéér geen vlechtjes, staartjes, haarband in gedaan. Het is dat ik weet dat ze niks tekort komt maar de
“Ik vind het best als ze groot worden, maar ze moeten wel bij mij blijven”, voor een grapje komt het ongemeen fel uit haar mond. Binnenkort gaat haar oudste op kamers en ze kijkt er niet naar uit.Wat een vreemde taak hebben we toch als ouders; je stopt ontzettend veel energie in je kind met als belangrijkste doel dat ie je niet meer nodig heeft. Gelukkig leren we dat schakelen al vroeg,
Recente reacties